top of page

Collage

  • Foto van schrijver: Theo
    Theo
  • 26 feb 2024
  • 5 minuten om te lezen
Papierkunst

Deze les gaat over het maken van afbeeldingen uit gescheurd papier. Gerard ‘t Hart heeft, naast vele andere technieken, ook op deze manier werken gemaakt. (Zie het boek: “The paper paintings”). Ook Nicolas de Staël maakte veel werken in een stijl die lijkt op gescheurd papier, maar feitelijk olieverfschilderijen zijn. Een kenmerk van de landschappen van deze kunstenaars is dat ze een duidelijke indeling in drie perspectivische ruimtes hebben: Een voorplan, een midden-plan en achterplan. In de zeefdruk “Haven in Spanje” van Gerard ’t Hart is het voorplan de zeilboten, is het midden-plan de bebouwing op de boulevard en het achterplan de lucht en de horizon.

Een ander kenmerk is het gebruik van kleur voor het benadrukken van diepte. Zoals Barnett Newman met zijn reeks “Who is afraid of Red, Yellow en Blue” heel expliciet laat zien, hebben verschillende kleuren verschillende perspectivische invloed op een kijker. Rood komt op je af, terwijl blauw de illusie van diepte en afstand suggereert. Staël gebruikt dit in zijn reeks werken over Agrigente (plaats op Sicilië); het voorplan is rood en roze, het midden-plan is geel en het achterplan is diepblauw.

 




Repoussoir

Een andere techniek om de illusie van diepte in het werk te vergroten is een voorwerp in het voorplan. Dit noemt men een repoussoir (Repousser, Frans voor terugduwen). Een repoussoir is ten opzichte van de rest van het schilderij donker van kleur, en bedekt een gedeelte van de voorstelling.

 

Huiswerkopdracht

Maak een landschap of stadsgezicht waarin iets gebeurt, een aandachtspunt dat de ruimtelijkheid versterkt. Kijk hoe je de illusie van diepte kunt creëren door kleurgebruik. Eerste associatie bij een stadsgezicht was wolkenkrabbers, druk verkeer, auto’s, verkeerslichten en vooral veel donker-licht contrast en veel reflectie van een natte straat. Mooie foto gevonden die eigenlijk alles in zich heeft en als bonus een duistere wandelaar op een zebrapad als middelpunt, een prachtig repoussoir! De titel is dan ook geworden: “Nat zebrapad”.



Aanpak en wat ik geleerd en ontdekt heb

De laatste keer dat ik met karton heb geknutseld was voor een poppenhuis voor de Playmobilpoppetjes van dochter Kim. Een enorm geduldwerk, 3000 papieren baksteentjes gesneden en één voor één geplakt. Tijdens het maken van het huiswerk van deze week heb ik regelmatig aan die klus teruggedacht omdat ik me met dit onderwerp opnieuw een monnikenwerk op de hals heb gehaald. 

Tijdens de les kreeg ik van Bastiaan een goede tip: doe de grote vlakken eerst en bepaal je horizon. De eerste 7 kleuren zijn allemaal hele vellen van 65 x 50 cm waar ik een (steeds groter) gat in het midden heb gescheurd. Vanuit het lichte grijs in het midden -dat is een onbewerkt vel-, via lichtblauw, naar midden-grijs, naar midden-blauw, naar donkerblauw, naar donkergrijs tot uiteindelijk zwart.

Door deze aanpak voor het achterplan -van binnen naar buiten werken- zit er daadwerkelijk fysiek diepte in de achtergrond. Voor het voorplan ben ik het tegenovergestelde gaan doen, stapelen van buiten naar binnen. Dit zorgt voor ophoging van de voorgrond. Het is bijna pasteus werken met karton.

Sommige elementen, zoals de ramen in de wolkenkrabbers, heb ik vergroot ten opzichte van de realiteit van de foto. Ik vond de minuscule raampjes in het origineel nogal saai, en daarnaast zijn deze afmetingen veel gemakkelijker te scheuren. Achteraf gezien doet het een beetje afbreuk aan de illusie van hoogte van de gebouwen.

Verder was het vooral scheuren… en plakken, en scheuren… en plakken… en scheuren… en plakken enz...  Voor sommige delen heb ik willekeurig gescheurd, voor andere stukken heb ik eerst gevouwen en toen voorzichtig(er) de gewenste vorm uitgescheurd. Door de lichte (deels) onverzadigde kleuren in het achterplan ontstaat een beetje atmosferisch perspectief.

 



Materiaal

De basis is grijs werkkarton van 1,9 mm dik. Voor de kleuren heb ik Canson Mi-Teintes 160 grams papier gebruikt. Het werkt fijn, maar is wel wat taai om te scheuren, zeker als het om kleine snippertje gaat. Tijdens de eerste fase met de hele vellen heb ik geplakt met lijmspray. De detaillering en de opbouw in het voorplan -de snippers en snippertjes dus- zijn geplakt met boekbinderslijm.

Eigenlijk vind ik het werk nog niet af, de (standaard) kleuren van het papier zijn wel erg hard en verzadigd en daardoor wordt de sfeer die ik graag neer wil zetten (nog) niet getroffen. Het plan is daarom een glacis aan te brengen van transparant grijs gepigmenteerde epoxyhars. Ik ga er eerst wat mee testen om te zien hoe (en of…) het werkt en wat het effect is voordat ik het op het hele werk ga loslaten. Wordt vervolgd!



Feedback

Niets op aan te merken, prachtig!



Vervolg

Tijdens de les op 4 maart heb ik minstens vier goede tips en adviezen over mijn epoxyplan gekregen en opgeschreven:  

  • Je moet het zeker niet doen

  • Je moet het zeker wel doen

  • Maak er gewoon nog één!

  • Het mooie reliëf verdwijnt als je er epoxy overheen giet.

Uit de laatste slimme tip kwam het idee dat ik voor de epoxy versie dus het reliëf helemaal niet nodig heb… je ziet het daarna toch niet meer! De tip “maak er gewoon nog één” heb ik dus kunnen uitbesteden aan de copy shop. Daardoor kon ik de eerste twee tips beide doen. Het origineel heb ik intact gelaten, en de epoxyhars heb ik over een geprinte versie gegoten!

 


Aanpak

Het epoxy gieten was nog wel een heel project… Eerst een mal gemaakt van 60 x 50 cm. De poster is op 220g glanspapier geprint. Voor een stevige ondergrond voor het epoxy gieten heb ik de poster met lijmspray op een stuk grijs werkkarton geplakt. Daarna latjes op maat gemaakt, en die daarna met PE-tape ingepakt (epoxy hecht wel aan hout maar niet aan polyethyleen).

Met hoekijzertjes van de latjes een haakse rechthoek gemaakt en raamwerk op de het karton met de poster gezet. De onderkant geseald met siliconenkit (daar hecht epoxy ook niet aan) en met een boutjes en vleugelmoeren vastgezet zodat de epoxy niet weg kan lekken.

Epoxy componenten gewogen en gemengd. Pigment toegevoegd om de rook grijze glacis kleur te krijgen en lang gemengd. In de mal gegoten en met een spatel gladgestreken en afgedekt zodat er geen stof in kan vallen.

Dan begint het lange wachten, echt uitgehard is het pas na 24 uur.





Resultaat

Het glacis doet precies wat ik wilde, het brengt de kleuren dichter bij elkaar en de sfeer veranderd daarmee naar een donkerder, meer druilerige plaat.

Toch ben ik heel blij dat ik het origineel nog heb, want een neveneffect waar ik niet op had gerekend is dat door het dempen van de kleuren het diepte effect door kleur deels verloren is gegaan. Het blauw verdwijnt minder in de verte, het rood komt minder naar je toe.

Conclusie, blij met beide, maar uiteindelijk is de rauwe versie voor mij toch de mooiste.

Opmerkingen


© 2025 by Theo. 

bottom of page