Houtskool
- Theo

- 1 okt 2023
- 5 minuten om te lezen
Eerste oefening in les 3
Voor mij mijlenver buiten mijn comfortzone
Het creëren van 10 patronen in houtskool, die in elkaar overlopen.
Aansluitend met je hand alles door elkaar- en uitvegen.
Met de kneedgum lichtere partijen aanbrengen
Met Siberisch krijt een tekening over de vorige heenzenden
Wat gebeurt er?
Er ontstaan vormen, je hersenen gaan invulling geven aan de willekeurige vormen.
Benadrukken van de vormen die uit het niets zijn ontstaan. Eigenlijk best heel leuk en ontspannend om te doen!
Oefening 2
Met de methode uit de vorige oefening scheppen van een afbeelding van een attribuut uit de stilleven kast.
Gekozen voor een schedeltje van een kalf(?)
Moeilijk, vooral het eerst creëren van een vlekkenplaat is geen onderdeel van mijn natuurlijke aanpak. Ga toch direct tekenen in plaats van vlekken en vloeien, en wrijf het getekende dan uit. Geeft niet het gewenste resultaat.
Tips
Het uitwrijven van houtskool niet de hard/intens, anders verzadig je het papier/ beschadig de structuur.
Eerst houtskool, daarna Siberisch krijt. Het laatste is veel vetter, houtskool pakt daar niet meer op. Andersom wel.
Huiswerkopdracht
Maak 2 tekeningen in houtskool en Siberisch krijt van een koffiekopje - één zachtaardig, lief kopje en één boos, agressief kopje. Probeer het verschil zichtbaar te maken door je gebruik van zachte of harde tonen, zachte of harde lijnen, hoekigheid versus rondheid etc. Kortom, door je manier van tekenen en níet door er boze of lieve dingen aan toe te voegen zoals boze ogen, rookwolken of hartjes.
Aanpak
Moeilijke opdracht. Uiteindelijk tot de slotsom gekomen dat de rondingen van een normaal koffiekopje al best heel zachtaardig zijn. Voor de boze variant gekozen voor een mok, vanwege de rechte lijnen.
Als referentie eerst fotootjes gemaakt.
Opdracht 1
Begonnen met het zachtaardige koffiekopje. Lichte tinten, ronde vormen, een normaal perspectief, zoals je een koffiekopje op tafel ziet. Alleen houtskool, kneedgum en white tinted houtskool gebruikt. Heel veel gegumd. Door veel in lichtgrijstinten te blijven ontstaat een “zachtaardige” toon. Het wordt bijna een soort wollige “fluffy” keramiek. Om toch de harde gladheid van het glazuur te benaderen geprobeerd om de randen van de schaduw en hoog lichten extra scherp en wit te maken. Dat lukt maar zozo met houtskool, krijt en gum. Ook omdat de tekening al zo licht is. Witte verf? Misschien later.
Opdracht 2
Voor de agressieve variant gekozen voor een mok. Daarvan de tekening gemaakt vanuit een raar laag standpunt. De intentie is om de mok iets overweldigend te laten zijn. En de kijker daarmee klein en geïntimideerd.
Houtskool, Siberisch krijt, houtskoolpotlood, white tinted houtskool, kneedgum, gewone gum, gumpotlood gebruikt. Alles veel harder aangezet dan in opdracht 1, door de donkerte van met name het Siberische krijt hoeven de hooglichten ook minder wit te zijn om de indruk van hardheid, gladheid en glans te wekken. Met name goed zichtbaar in de bocht van het oor van de mok.
Op het eerste oog is de huiswerk opdracht klaar, maar ik ben zeker niet tevreden, waarom is me nog niet duidelijk.
Kritische blik
De tekeningen (en dan vooral de achtergronden) mogen een stuk donkerder. Met name het kopje is bij nadere beschouwing gewoon flets. Zoals Bastiaan heeft uitgelegd; als je meer contrast wilt kun je ook de omgeving donkerder maken. Daarnaast wordt het meer één geheel door er een grijze laag overheen te zetten, wat dan ook weer goed te combineren is met het maken van een achtergrond.
De afbeeldingen hadden veel groter gemogen, nu veel te voorzichtig in het midden blijven rommelen. Misschien kan ik, door het gebruik van een passe-partout op de huidige tekeningen, de focus meer naar de onderwerpen brengen.
Wil graag dat de beide tekeningen duidelijker bij elkaar passen/bij elkaar horen, te bereiken door dezelfde schaal, dezelfde stijl en ik denk het effect van uniformiteit te versterken door (behalve de aureool) dezelfde grijstint gradaties als achtergrond te gebruiken.
Het contrast kan veel hoger, eventueel door (witte) verf.
Maskers aangebracht voor het passe-partout. Om zo uniform mogelijke achtergrond te bereiken één masker gemaakt voor beide tekeningen zodat ik tegelijkertijd aan beide achtergronden kon werken.
Ontdekkingen/ wat heb ik geleerd?
Uiteindelijk vier elementen gebruikt om te proberen het verschil tussen zacht- en boosaardig servies weer te geven. Allereerst de vorm; zachte ronde vormen tegen het rechtlijnige van een mok. Daarnaast de kleur, zacht-grijs (weinig contrast met de achtergrond) tegen gitzwart, conflicterend met de achtergrond. Ten derde het perspectief, omlaag kijken naar het kopje, een raar laag perspectief wat de mok “intimiderend en overweldigend” hoog moet maken, en de kijker daarmee klein. Tenslotte de context, beide stukken servies hebben een “aureool”… het kopje een lichte, de mok een donkere.
Ik werd er ook nog op gewezen dat ik -maar dus onbewust- tóch smiley’s in de tekeningen heb verwerkt. De meest in het oog springende vormbepalende lijnen van het kopje zijn een lachende mond :), van de mok een boze :(.
Houtskool blijkt voor mij lastig materiaal, ik probeer vanaf het eerste moment nog steeds precies te tekenen met een materiaal wat zich daar eigenlijk niet zo erg voor lijkt te lenen, en krijg dan ook het idee dat het er niet voor bedoeld is.
Kwasteren met houtskoolgruis is een fijne methode voor het maken van grotere “vlekken” (oppervlakten), werkt beter dan eerst tekenen en uitvegen.
Het meest effectieve gereedschap bij deze oefening is de kneedgum, tot het moment dat ie het niet meer doet omdat het papier “vol zit”.
Naast gummen is witte verf ook een prima mogelijkheid om precisie te brengen. Wel als allerlaatste aanbrengen, na het fixatief.
“Hoogst haalbare” precisie is op het allerlaatst aanbrengen van scherp houtskool(-potlood) en krijt. Eerder precies tekenen geeft uiteindelijk wel “mooier vloeiende vlekken” als je het uitwrijft, maar levert ook frustratie op omdat die zo precies aangebrachte lijnen vaak door per ongeluk uitwrijven weer verdwijnen.
Papiertje onder je tekenhand helpt tegen ongewild uitvegen.
Perspectief draagt duidelijk bij aan de zeggingskracht van de tekening.
Door het contrast te beperken ontstaat zachtheid, door contouren toch zoveel mogelijk te verscherpen kan je evengoed een indruk van een hard materiaal wekken. De zachtheid lijkt zich dan te beperken tot een zachte kleur.
Zachtheid en donker is niet tegenstrijdig. (Dacht ik toen ik begon wel)
Toen mijn zoon de tekeningen bekeek was het commentaar: “Wat leuk dat die donkere op zijn kop staat.” Dat was natuurlijk niet de bedoeling, maar wel een aardige gedachte in het kader van boosaardigheid.
Evaluatie van resultaat
Ook omdat houtskool mijn ding niet helemaal was ben ik best heel tevreden met het resultaat. Ik zag in eerste instantie best een beetje tegen deze opdracht op, omdat het buiten mijn comfortzone ligt. Uiteindelijk vond ik het eigenlijk -onverwacht- leuk. Wel weer een methodische aanpak met een duidelijk plan, zoals het gebruik van maskers, houtskoolgruis, fixatief en witte verf.
Naar mijn gevoel doen de tekeningen wat de opdracht vroeg.
Uiteindelijk bedacht dat ik ook nog iets met schaal had kunnen doen, kleinere sparing voor het kopje in een even groot passe-partout.
Feedback
Prachtige tekeningen, waarin de opdracht in het resultaat -het beeld- goed is gelukt. De mogelijkheid om in de werkwijze ook zachtaardigheid en boosaardigheid uit te drukken is geheel onbenut. Er zit bijvoorbeeld geen agressie in de lijnvoering van de mok. Proberen om meer uit de comfortzone te komen, meer expressief te tekenen.






















Opmerkingen