Abstractie I
- Theo

- 13 apr 2024
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 2 feb 2025
Tijdens de les
Vrijwel de hele les is besteed aan de bespreking van de werken van les 22, de aangepaste compositie. Dit was ook gelijk de introductie voor het huiswerk van deze week.
Huiswerkopdracht
Maak naar aanleiding van het resultaat van de opdracht “Veranderde compositie” (les 22) een abstract werk. Maak daarbij gebruik van kleur om een richtpunt in je compositie te creëren. Abstraheer zodat er grote vlakken ontstaan door vormvereenvoudiging.
Voorbeelden van het soort werk zijn bijvoorbeeld de schilderijen van Serge Poliakoff, maar ook de door mij gebruikte compositie van Mondriaan is een duidelijk voorbeeld van abstracte kunst.
In mijn originele (huis)werk van les 22 ben ik van abstract naar figuratief gegaan, nu is de opdracht om weer terug te gaan naar een abstract werk.
Het doel van de huiswerkopdracht is tweeledig:
Onderzoek hoe vorm en kleur kijkrichting bepalen in een schilderij.
Ervaar dat een abstract werk ergens vandaan komt.
Abstractie theorie
Om het voor mezelf wat helderder te maken de theorie van abstractie nagezocht op Wikipedia:
“Abstractie is het proces van het weglaten van alle niet-essentiële (beeld)informatie en secundaire aspecten en vervolgens generaliseren om zo de meer fundamentele structuren zichtbaar te maken, wat zou kunnen leiden tot nieuwe inzichten.”
Idee
Eigenlijk maak ik voor elk werk van tevoren een plan, zo ook deze keer. De basis van mijn idee was gebaseerd op een mozaïek, vooral om invulling te geven aan vormvereenvoudiging. In de eerste schetsen ook vastgehouden aan dezelfde vorm van het doek, dezelfde oriëntatie en zelfde positionering van “versimpelde” voorwerpen.
Aanpak
Als achtergrond eerst een diffuse vorm van het mozaïek opgezet, de scherper gestileerde versie wilde ik daar overheen zetten. Terwijl ik bezig was bleken zowel het idee als de aanpak een enorme beperking. Het geheel werd erg statisch, terwijl ik juist graag de beweging van de vallende dobbelstenen weer wilde vastleggen. Die dynamiek is de essentie van het eerste werk waar de dobbelstenen in een soort spiraal naar het raster toe lijken te vallen. Het is een beweging die zich prima laat vertalen naar een draaikolk, die de kijker meeneemt naar het centrum van het schilderij, het oog van de kolk.
De eerste pogingen zijn nog best wat figuratief, je ziet voorwerpen -misschien zelfs wel te herkennen als kubussen- in de maalstroom. Ook vond ik de gebruikte kleuren te fel. Het resultaat daarvan is dat er eigenlijk geen expliciete (kijk) richting in het werk zat. Misschien dat ik de kijkrichting kan beïnvloeden met minder verzadigde kleuren, en ook met grijs en wit. Het effect kan versterkt worden door het heel expliciet te kwasten in spiraalvorm naar het oog. Deze is uitgevoerd in een donkergrijze niet-kleur om diepte te suggereren.
Parallel aan het voortschrijdend inzicht heb ik telkens nieuwe lagen aangebracht op de eerdere uitwerkingen, de lagen stapelden zich op. Tot de slotsom gekomen dat ik de kubus figuren niet nodig had maar dat het volstaat om alleen de beweging af te beelden. De dynamiek van het originele werk is daarmee denk ik goed behouden. Vorm, kleur en niet-kleur geven een heldere kijkrichting.
Ook wilde ik graag de referentie naar het originele werk van Mondriaan behouden. Daarom het typische Mondriaan raster over de maalstroom heen geschilderd. Daarbij weer gebruik gemaakt van tape en papier om scherpe lijnen te maken. Het raster integreerde niet met de kolk. Nogmaals een draaikolk-laag gezet, en deze stevig cirkelvormig uitgewreven en geschuurd om één geheel te vormen met het raster.
Om geen duidelijk herkenbaar begin van de spiraal, maar alleen een duidelijk einde te realiseren heb ik de typische Mondriaan vlakken in alle vier hoeken geplaatst. De hoeken zijn met het paletmes dik opgezet in primaire verzadigde kleuren. Helaas ging dit visueel niet fijn samen met geschuurde/gehavende strepen van het raster. Daarom heb ik het raster rondom deze vlakken deels hersteld.
Ook besloten om het werk vierkant te maken, dit maakt de referentie naar Mondriaan duidelijker. De compositie van een cirkel in een vierkant leidt de kijker ook nog sterker naar het oog van de maalstroom toe.
Wat heb ik geleerd en ontdekt?
Voor sommigen is het maken van een schilderij blijkbaar een reis zonder planning. Dan zijn de verschillende stadia verrassend, en dat zijn soms -maar niet altijd- aangename verrassingen.
Dit is voor mij een heel andere manier van werken, het werk verandert drastisch en voortdurend gedurende het maken, en heeft al snel weinig meer te maken met het originele plan. Het voelt meer als experimenteren dan creëren. Maar het hielp wel bij de steeds verdere versimpeling van vormen. Heel plezierig vind ik het niet…
Ik ben niet blij met het resultaat, ik merk dat ik aan deze werkwijze erg moet wennen.
Ik vind het bij figuratief werk al lastig om te bepalen wanneer iets klaar is, bij abstract werk begrijp ik daar helemaal niets van… Ik weet eigenlijk nog steeds niet in welk stadium ik het werk eigenlijk het beste vond. Terugkijkend neig ik naar de eerste (felgekleurde) draaikolk met blokken.
Het werken met sjablonen en tape wordt minder netjes en “crisp” als je al vele (soms dikke) lagen verf hebt aangebracht.
Bedacht me later dat ik -met vier felgekleurde hoeken- nu helemaal een spelbord heb gemaakt. Lijkt wel een beetje op Mens-erger-je-niet…
Feedback
Het meest in het oog springende commentaar op dit werk was dat “verf verbruiken niet hetzelfde is als schilderen” en dat het natuurlijk niets met Poliakoff te maken heeft.
Ik had het idee dat de opdracht was om een abstracte werk te maken gebaseerd op het resultaat van huiswerkopdracht 22. Ik heb daarin gekozen om vooral de beweging van de dobbelstenen een hoofdrol te geven.
Blijkbaar had ik de opdracht niet goed begrepen en was de bedoeling om iets te maken wat lijkt op Poliakoff. Originaliteit?




















Opmerkingen