top of page

ZOEKEN

76 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Soft Pastel III

    Idee Zag op de televisie hossende menigtes dus het is weer carnavalstijd. Als Noord-Hollander heb ik niet veel met het feest Carnaval. De praalwagens en de uitdossingen van de feestvierders onder de grote rivieren zijn vaak wel heel fantasievol en kleurrijk. Het leek me daarom een leuk idee om een type uit de wereld van striphelden, boeven en comics te tekenen, en had zin om weer eens wat met krijt te doen. Het is fictieve superschurk Harley Quinn geworden, een antiheldin uit de strips van DC Comics. Ze is een vaste tegenstander van Batman en de vriendin van de Joker. Ik heb ook niet heel veel met Marvel en DC-comics films, maar in het kader van carnaval vond ik dit wel een hele mooie afbeelding.   Aanpak Kan over de aanpak eigenlijk niet heel veel vertellen.  Ik heb lichtgrijs papier gebruikt, en ben gaan krijten. Nadat de krijttekening compleet was -met uitzondering van de ogen en de mond- de afbeelding gefixeerd. Daarna met kleurpotlood de ontbrekende delen van het gelaat getekend. Tot slot, omdat het fixeren het wit behoorlijk had aangetast nog een laag wit krijt aangebracht en ingewreven. Niet meer gefixeerd. Heb nu dus wel twijfels over de houdbaarheid van dit werk.   Ontdekkingen  Fixatief is heel destructief op wit krijt. Ik heb, vanwege de bleke gelaatskleur, gebruik gemaakt van veel wit krijt. Bij het fixeren kwam de grijze onderlag er sterk doorheen. Ik had misschien eerder, vaker en met minder laagdikte moeten fixeren.   Reflectie Niet heel tevreden mee, naast de toch niet zo sprankelende kleuren (door het voornoemde gepruts met fixatief) heb ik ook in de tekening niet getroffen wat ik zo gaaf vind aan de foto. De overtuigend duivelse, ondeugende en spannende uitstraling op de foto is op de tekening een droevig aftreksel door een slechte actrice geworden… Wel blij met de handschoenen. Misschien eens in de herkansing…?

  • Recycling III

    Voor de inleiding van deze (tweedelige) opdracht, zie Recycling I Ideeën Voor de tweede opdracht heb ik wel rustig de tijd genomen om na te denken over hoe ik met het vernietigen van Harley Quinn  wilde aanpakken. Het leuk me leuk om iets met verontreiniging, scherven of barsten te doen. Om dat te kunnen doen moet ik het proces wel omdraaien, eerst bewerken, en daarna pas kapot maken.   Aanpak Omdat Harley Quinn met soft pastel is gemaakt, zat er al een laagje fixatief op. Nu ik er nog behoorlijk wat bewerkingen op los wil laten lijkt het me een goed idee om de tekening beter te beschermen. Ik heb daarom een matte blanke lak aangebracht. Als eerste de afbeelding behoorlijk verontreinigd met verdunde acryl. Met de spalter rood en omber “gesmeerd”. Vervolgens een roze passe-partout gemaakt. Dit geeft een mooi contrast met de verontreinigingen en wekt de indruk dat het “vroeger” een mooi en lieflijk plaatje is geweest. Ook levert het opstaande randje van de passe-partout een mal waar ik epoxy in kan gieten. Drie bekers met verschillende tinten epoxy gemengd; transparant, rood en zwart. De tekening overgoten met epoxy, en met een spatel er een vlammen effect in gemaakt. Druppels epoxy op het passe-partout “geknoeid” om het effect van verontreinig te versterken. 24 uur wachten tot de epoxy helemaal is uitgehard. Geprobeerd om de epoxy plaat met een hamer in stukken te breken, maar daarvoor is het te buigzaam. Vervolgens een een breuklijnen motief getekend en het werk in scherven gesneden. Met de scherven een compositie gemaakt en vastgeplakt.   Wat heb ik geleerd en ontdekt? De derde bevestiging dat ik geen enkele affiniteit heb met een destructieve aanpak van componeren, tekenen of schilderen, zelfs als het kunstmatig destructief is.   Feedback De scherven komen niet natuurlijk over, je kunt zien dat ze “bedacht” zijn. Niet de opdracht, het was de intentie om iets te maken van gescheurde snippers.

  • Recycling II

    Opdracht les 26 Deze week is -zo mogelijk- een opdracht die nog verder van me af staat dan de vorige. Vorige week mocht je nog met een blanco vel papier beginnen, deze week luidt de opdracht als volgt: “Maak van afgekeurde druksels, tekeningen en andere werkstukken 2 nieuwe compositie. Dat doe je door oude werken te verscheuren en de snippers willekeurig aan elkaar te plakken. Doordat de oorspronkelijke context van kleuren en lijnen en vlakken ontbreekt, zul je je creativiteit moeten aanwenden om te associëren en nieuwe voorstellingen op te diepen uit een lijnstuk, een vlak of kleurcombinatie. Die voorstelling mag je verder uitwerken, dus je werkt over de snippers heen met verf of tekenmateriaal. Denk bij je composities (formaat naar keuze) aan grote en kleine vlakken. Het is slim om niet alleen maar kleine snippers te gebruiken, dan zie je door de bomen het bos niet meer.” Als mijn werk niet in de buurt komt van wat de bedoeling is, dan gooi ik het weg. Ik heb dus geen stapel afgekeurde druksels, tekeningen en andere werkstukken. De keuze was toch niet heel lastig. Het eerste werk dat ik -met veel genoegen- heb vernietigd was de opdracht van les 24 , abstractie. Die opdracht was in het geheel niet mijn ding. Ik heb geen plezier beleeft aan het maken ervan, en het resultaat is een samenloop van ongelukkige omstandigheden. Voor het tweede werk heb ik oudere tekeningen en schilderwerk bekeken. Uiteindelijk is Harley Quinn het slachtoffer geworden. Ik was met dat werk niet heel tevreden, de sprankelende ondeugendheid van de originele foto heb ik in dat werk niet weten te treffen. Idee en uitvoering Normaal schrijf ik in mijn verslag een paragraaf over hoe het idee is ontstaan, waar het op gebaseerd is en aansluitend een paragraaf over de uitvoering van dat idee. De opdracht deze week dicteert een andere aanpak. Het idee moet zich gaan vormen tijdens de uitvoering. Om te beginnen heb ik Mondriaans Maalstroom aan stukken gescheurd. Het willekeurig aan elkaar plakken van de resten is een vaardigheid die mij helaas niet is gegund. Ik ben wat gaan puzzelen met de stukken die ik had, en daar ontstond -wellicht niet geheel toevallig- een bergschoen. Ik heb eerder deze week een paar nieuwe hoge wandelschoenen besteld… vandaar. Ik heb de snippers waar de schoen uit bestond met boekbinderslijm aan elkaar geplakt en met acrylverf de kleuren van een bergschoen gegeven. Toen het eerste exemplaar klaar was was de tijd in de les om en ben thuis verdergegaan. Het leek het me een goed idee om er een paar van te maken, de tweede schoen was vlot gemaakt. De achterkant van de resterende kartonsnippers hadden duidelijke scheurranden en lijken qua kleur op rotsen en stenen. Een prima context voor de bergschoenen. Een groot wit vel als basis genomen en daar een rotspartij op gecomponeerd, en de schoenen er bovenop geplaatst. Dit om de indruk te wekken dat de top is bereikt. Naast de rotsen en de schoenen geeft het relatief grote, cleane en sneeuwwitte vlak een soort van rust en stilte. Daarmee was de titel “Eeuwige sneeuw” geboren. Om het bereiken van de top te benadrukken heb ik een klimtouw op de rotsen gelijmd. Daarnaast vond ik het een leuke “realisme” toevoeging om in de schoenen een paar echte -natuurlijk rode- veters te knopen.   Feedback Het grote witte vlak is een mooie vondst, geeft de kijker de gelegenheid om er zijn eigen verhaal bij te bedenken. De veters en het touw zijn onnodig, niet mooi en een duidelijk voorbeeld van wat er gebeurt is je te realistische dingen wilt maken.

  • Soft Pastel II

    Idee De foto van Jenna Ortega als Wednesday Addams vind ik een ontzettend mooie plaat, een zo intense en indringende blik, mooie belichting en ik was dan ook al een tijdje van plan om deze foto na te tekenen. Er zijn al vele (begenadigde) tekenaars mij voorgegaan, op het internet zijn vele kunstige reproducties van deze foto te vinden. De Zuid-Koreaanse Drawholic springt er wat mij betreft uit, heb zijn tekening dan ook als voorbeeld gebruikt. Vond alleen zijn versie wel erg paars, ben daar dan ook van afgeweken en heb meer blauw/grijs gebruikt. Ook de ogen heb ik lichter gemaakt, omdat ik dat mooier vind. Ik vind soft pastel heel fijn materiaal – dus heb ik daarvoor gekozen. Na de mandril en de Kingfisher leek het me goed en leuk om verder met dit krijt te oefenen. Ook had ik nog het nodige grijze papier over dus… aan de slag.   Aanpak Papier opgezet op de tekentafel en een passe-partout afgeplakt met maskeertape en papier. Contouren en positie van elementen ingetekend met wit potlood. Opbouw van de afbeelding in horizontale lagen. Bij elke laag de methode gebruikt die we tijdens de les hebben geoefend; Een vereenvoudigde versie in kleurvlakken opzetten, vooral niet te dik en met weinig druk op het krijt. Op de grensvlakken van die kleuren arceren met een kleur die past bij de vermenging. Deze aanpak een paar keer herhaald tot de grondlaag naar tevredenheid was, daarna de details ingevuld. Hierbij ook gebruik gemaakt van pastel- en kleurpotloden. Eerst de donkere linkerbovenhoek, genoteerd met welke kleuren ik tot de blauw-paars-grijs tint ben gekomen. Aansluitend de rechterbovenhoek. De bovenste helft van het haar (tot en met de oren) Gezicht en nek, ben verbaasd over hoeveel kleuren daarin terugkomen. Ogen apart aangepakt, zijn een zeer sprekend onderdeel van het portret. Gezicht afgedekt met papier (papier vastgezet zodat het niet zou schuiven) Getekend met kleurpotlood in plaats van krijt. Mond op dezelfde wijze als de ogen aangepakt. Tenslotte de vlechten, de boord en het shirt weer volgens de beproefde krijtmethode.

  • Acrylverf gieten met blowouts

    Opdracht les 35 Voor deze les was het verzoek om een verpakking mee te brengen. Ik heb gekozen voor een fles van Solan mineraalwater. Je gaat een blow up van jouw attribuut op een achtergrond plaatsen. Je trekt aandacht door het stijlverschil, want de achtergrond moet volledig expressionistisch en abstract zijn, terwijl je attribuut strak en realistisch is geschilderd. Neem een voorbeeld aan pop-art. Fel kleurgebruik.   In de les Tijdens de les een begin gemaakt met de achtergrond. Dat betekende voor mij veel en willekeurig smeren, spatten, gooien en weer smeren. Ik ben daar te lang mee doorgegaan. Het best aardige effect wat er op enig moment was, is verdronken in een grauwe brij. Ook was de laag verf zo dik geworden dat drogen voor het einde van de les zeker niet meer mogelijk zou zijn. Het advies van Bastiaan was om een krant in de nog natte verf te drukken. Dat leverde thuis precies het verwachte resultaat op… de krant was op bepaalde plaatsen stevig vastgelijmd, op andere plaatsen kreeg ik het er nog wel van af. Het resultaat: een -nog steeds nat- nogal vies ding met afgescheurde stukken krant. Daarop zat -muurvast- een advertentie voor een saté ballenpan… Het bleek voor mij niet echt een basis om enthousiast mee verder te gaan.   Idee Maar… het werk tijdens de les had me wel duidelijk gemaakt dat het bij de achtergrond voor dit werk gaat om drie dingen: De achtergrond moet expressionistisch en abstract zijn. Ongeveer in het kleurpalet blijven van mijn voorwerp, maar het is ook -of juist- goed om hier ook een beetje van af te wijken… De werkwijze moet zodanig zijn dat het resultaat verrassingen oplevert. Ik moest dus op zoek naar een manier om aan al deze voorwaarden te voldoen en die me meer motiveert en stimuleert dan die advertentie voor satéballen. Ik ben uitgekomen op acryl-pouring. Acrylverf gieten in plaats van smeren, spatten, gooien en kwasten. Er zijn veel verschillende giettechnieken, ik heb gekozen voor blow-outs. Bij deze werkwijze moet het aanbrengen van de verf snel gebeuren. Dat is omdat je aan het gieten bent, en zwaartekracht is onverbiddelijk. Door die snelheid is het vanzelf expressief, zeker voor een beginner als ik. Geen tijd om ergens over na te denken. De resultaten van het gieten zijn daarmee onvoorspelbaar, en dus verrassend, wat enorm wordt versterkt door het werken met blowouts. Het leverde ook gelijk de naam voor het werk op: Pouring water. Voor elke nieuwe techniek die ik uitprobeer is het voor mij ondertussen gebruikelijk om een stoomcursus op YouTube te volgen. Zo ook voor acrylgieten. Vooral de instructiefilmpjes van Olga Soby waren heel verhelderend. Aanpak gietwerk Een paar weken geleden gaf Bastiaan het advies om meer op doek of panelen te gaan werken. Dus… twee multiplex platen van 50x60cm in de gesso gezet. Eén in zwart en één in wit omdat ik nog niet weet wat beter werkt met een laag gegoten acrylverf. Deze keer naar Arts en Crafts geweest om boodschappen te doen. Op mijn lijstje stond: Extra acrylverf, met name Pruisischblauw, want je schijnt bij de giettechniek nogal veel verf te gebruiken… Een liter Talens Amsterdam pouring medium 014 Tuit flaconnetjes om patronen te maken met verdunde verf. Bij de Praxis een lekbak voor een wasmachine gehaald, om het gietwerk in te doen. Een föhn van de Action om de blow-outs mee te maken. Leuk detail was de verbaasde blik van de medewerkster van de Action toen ik vroeg waar ik een föhn kon vinden. Het voorbereiden van het gieten was nogal een operatie. Ik had het plan om de achtergrond in Pruisischblauw te kleuren en daar met ultramarijn, licht ultramarijn, wit en een klein beetje oranje een spiraalpatroon in te gieten. Eerst de kleuren verdund met giet-medium. De verhouding is 1 verf staat tot 2 medium. Daarna nog iets verder verdund met een beetje water en elke kleur in een tuit flacon gestopt. Ook voor de Pruisischblauwe achtergrond heb ik verf, medium en water gemengd. Ik dacht een redelijk grote hoeveelheid blauw te hebben gemaakt. Bij het aanbrengen van de basislaag bleek dat ik -om het goed te laten vloeien- nog twee keer een portie moest bijmaken. Er gaat dus echt veel verf en medium doorheen. Het gieten van de andere kleuren ging heel snel, je “tekent” je vorm met een flacon, in dit geval een spiraal, en probeert deze een aantal keer te herhalen met dezelfde en de andere kleuren. Ook kun je op bepaalde plaatsen accenten aanbrengen door met de flacon te druppelen. Ik heb dat vooral met de oranje verf gedaan. Daarna blaas je met de föhn de verf verschillende kanten op, waardoor er allerlei verrassende en onverwachte motieven ontstaan. Twee pogingen gedaan, en dus op beide multiplex panelen aan het gieten geweest. Het is heel leuk om te doen en het resultaat is inderdaad verrassend! Daarna begint het lange wachten. Omdat de verflaag heel dik is, was het advies om het werk minstens twee dagen te laten rusten voordat je er mee verder gaat. Dus niet met je vinger tussendoor -midden in het werk- controleren of het al droog is omdat je denkt dat dat wel kan. Eén paneel verprutst dus…   Aanpak Schilderwerk Toen het gietwerk klaar was bedacht ik dat het een leuk idee was om de spiraal om de fles heen te slingeren. Het wordt dan qua compositie meer één geheel. Dan moet ik dus een deel van de spiraal naar de voorgrond brengen, anders gezegd de spiraal uitsparen in het schilderwerk van de fles. De randen van de spiraal zijn nogal wispelturig en eromheen schilderen leek me enorm lastig.  Daarom heb ik gebruik gemaakt van maskeervloeistof. Dat is een vloeibare latex die je met de kwast aanbrengt en na een kwartier overschilderbaar is. Je kunt het er later weer vanaf peuteren. Eerste laag van de fles geschilderd. De ondergrond is spiegelglad. Het kost dan ook wat moeite om de eerste verflaag op zijn plek te krijgen en te houden. De ruwe schildering ziet er al best aardig uit, en ik ben blij met het effect van de fles in de spiraal. Het zijn inderdaad twee volledig verschillende stijlen, maar door de compositie en de kleurstelling komen ze toch behoorlijk bij elkaar. De details ingeschilderd. Blij met de dop en de transparantie van de fles. Schaduwen en hooglichten in het plastic vind ik goed gelukt. Na het schilderen van de fles ging de maskeervloeistof gemakkelijk van de gladde oppervlakte af en leverde een hele strakke scheiding tussen fles en spiraal op. Daarna verder met de details van het etiket. Eerst geprobeerd om een heel gedetailleerde weergave van het etiket te maken en dus alle minuscule teksten -al dan niet leesbaar- ook weer te geven. Dat werd niet fraai, dus zoveel als mogelijk verwijderd en overgeschilderd. Besloten om een versimpelde weergave van het etiket te doen.                           Eerst de merknaam op het gele vlak. Het bleek nogal lastig om de tekst -in het juiste perspectief- goed op de ronding van de fles te krijgen. De driekwart-liter-tekst is door de richting van de tekst een stuk eenvoudiger.   Afwerking Het multiplex begint krom te trekken. De plaat was al geprimed, maar blijkbaar niet afdoende. De achterkant en de zijkant in de gesso gezet, en een nachtje laten rusten. De volgende ochtend was het paneel gelukkig weer redelijk vlak. Daarna de afwerking met een epoxy gietlaag. Dit heb ik gedaan omdat ik het goed bij dit werk vond passen en ik het leuk vind om te doen. Het gietmedium was al hoogglans. Het schilderwerk was iets matter, ondanks het gebruik van een gloss-medium. De afwerking met epoxy zorgt voor een identieke glansgraad en dus nog meer samenhang. Nu zijn alleen de stijlen nog sterk afwijkend. Abstract en realisme. Tot slot heb ik voor dit werk een matte Pruisischblauwe baklijst gemaakt. Ik vind het contrast tussen het hoogglans paneel en de matte lijst heel fraai.    Wat heb ik ontdekt en geleerd? Acrylgieten is heel erg leuk, maar veel lastiger dan dat het er in de filmpjes van Olga uitziet. Later bijgieten van verf werkt niet zo goed, er is dan al een groot verschil in vloeibaarheid, en daardoor vermengd het niet zo fijn meer. Ik denk dat de verf waarmee ik aan de slag ben geweest toch nog iets te dik was. De volgende keer meer water in de mengsels, zeker in de basislaag. Koude epoxy-hars kristalliseert en wordt troebel. Au-bain-marie opwarmen maakt het weer helder en vloeibaar, maar ook makkelijker te mengen en voorkomt luchtbellen bij het roeren en gieten.   Feedback Bastiaan: Je kunt zien dat je er heel veel plezier aan hebt beleefd. Heel goed gedaan. Je hebt geëxperimenteerd, en goed geschilderd. Door het gebruik van epoxy is het verschil in “de huid” van de twee stijlen wel verdwenen. Het leukste compliment: Nicole zei dat ze deze wel bij haar thuis wilde ophangen!

  • Aquarelleren

    Opdracht les 39 Maak jouw universum waarbij je gebruik maakt van aquarelverf. Details kun je met andere materialen aanbrengen.   Idee Zoals bij veel opdrachten heb ik bij het vormen van de eerste ideeën vaak gedachten die te maken hebben met mijn situatie en beperkingen. Ook deze opdracht was een heel expliciet voorbeeld van een trigger voor confronterende gedachten. Mijn universum is door de omstandigheden nogal drastisch gekrompen., en dat doet regelmatig pijn. Daarentegen geven leuke gedachten, mooie herinneringen of onderwerpen die mij niet aan het peinzen en piekeren zetten mij energie. Ik probeer dan ook elke opdracht te vertalen naar situaties of onderwerpen die me inspireren in plaats van frustreren.  Het idee en de inspiratie achter dit werk vindt zijn oorsprong ruim 40 jaar geleden toen mijn zus me voor het eerst de muziek van Fischer-Z liet horen. Tot op de dag van vandaag luister ik graag naar muziek van deze band, en de leadzanger John Watts. Eén van de nummers die hij heeft uitgebracht heet “This is my Universe”. De fijne herinnering die ik daarmee associeer is een Fischer-Z concert in de Sint-Bavo kerk in Haarlem die ik met mijn kids heb bezocht. Het was heel indrukwekkend om in die omgeving, met die akoestiek, met dat enorme en fraai aangelichte Müller-orgel op de achtergrond geweldige muziek te beleven samen met mijn kinderen. Bij die gedachten vielen de inspiratie puzzelstukken snel op de juiste plek.    De lyrics Het gaf me ook een goede reden om eens serieus naar de tekst van het nummer te luisteren. Mijn interpretatie van de tekst is dat het verhaalt over… …het belang van creativiteit voor zelfexpressie en dat creativiteit de kracht heeft om verhalen te vertellen en mensen te verbinden. …maar ook het belang van routines en gewoonten als grondslag voor inspiratie en balans in een hectisch leven. …dat in een creatieve flow zitten verslavend werkt. …en hoe zelfs een klein beetje authenticiteit of waarheid betekenis kan geven aan kunst of prestaties. This is my universe   When history casts a shadow Throwing new lights on it The arts to keep in clutch With all the dreams that mean so much   The enable creative flows The main conduits Inherent awe and wonder Are the staples in the spine   Ritual is the bedrock of my gravity The public and the private and the spiritual The broad church that is art Can be religion in your heart Without an explanation or a miracle   This is my universe Aiming very high is not offensive Ambition is not a roguish aspiration The classic and sublime can be a product of the time And deadline be the source of inspiration   Performance gives a license to be healthy The warm creative flow is an addiction To be willingly seduced by just a modicum of truth Can show our flawless lives a work of fiction   – Fischer Z,  2015 Het gaat dus over het leven van een creatieveling. Het benadrukt de waarde van zelfexpressie, het belang van kunst in het leven, en de voortdurende zoektocht naar inspiratie en betekenis. Dat alles bij elkaar spreekt me enorm aan. De uitkomst voor dit werk: delen van die prachtige tekst op de achtergrond en het imposante orgel daaroverheen geaquarelleerd. Aanpak Wat mij bij de aquarelversie van Helena Bonham Carter prima was bevallen is de manier van opspannen van het aquarelpapier, dus dezelfde aanpak gevolgd voor deze opdracht. Ook voor dit werk gebruik gemaakt van Canson Montval 300 grams papier). Toen het papier strak was opgedroogd de in spiegelbeeld geprinte tekststroken met Transfer gel overgebracht op het aquarelpapier. Gekozen voor een grijstint en een groot font dat lijkt op vervaagde ouderwetse typemachineletters. Een bezoekje aan de Sint Bavo liet me de grootte en indrukwekkendheid van dat enorme orgel nogmaals ervaren. Omdat het orgel bijna een kakafonie van ornamenten is leek het me onmogelijk om enkel in aquarelverf zoveel detail te vangen. Daarom gekozen om eerst te schetsen en te tekenen en daarna met aquarel middels de kleuren de sfeer te vangen. De schets en de daaruit voortvloeiende tekening heb ik eerst in potlood, vervolgens in zwarte stift en tenslotte heb ik zwarte navulling voor de stift met penseel gebruikt voor de grotere vlakken. Het aanbrengen van de aquarel kleuren heb ik in een aantal lagen gedaan. Daarna de orgelpijpen opgewerkt met een penseel met signaal witte stift-navulling. Voor een nette afwerking tenslotte een passe-partout gemaakt. Wat heb ik geleerd en/of ontdekt? Waar transfer gel heeft gezeten of deels is achtergebleven is de dekking en hechting van de aquarelverf een heel stuk minder. Dit is in dit werk heel duidelijk zichtbaar door de diagonalen die door het werk lopen. Je kunt heel duidelijk zien waar de tekststroken zijn aangebracht. Ik ben blij met dit effect, zeker in de orgelpijpen draagt het effect veel bij. Uit de YouTube instructie voor het opspannen van aquarelpapier kwam de prima tip om de stroken watertape op voorhand -met droge handen- op de juiste lengtes af te scheuren en daarna de rol tape buiten het bereik van de nattigheid neer te leggen. Als de rol aan de zijkant nat wordt dan kun je de hele rol weggooien.   Feedback Je hebt het toeval niet toegelaten, behalve de delen waar de transfer gel zit, die zijn natuurlijk wel onvoorspelbaar gebleken. Verder is in dit werk duidelijk dat jij altijd een plan moet hebben. Door de combinatie van de tekst en de tekening is het een illustratie geworden. Wees voorzichtig met het gebruik van dekwit in combinatie met aquarel. Landschapsschilders gebruikten dekwit vroeger om hele kleine accentjes aan te brengen, bijvoorbeeld de hoog lichtjes boven op de golven. Te veel dekwit dekt het effect van transparante aquarelverf af, en dat is zonde. Prima dat je de opdracht hebt vertaald naar een eigen invulling.

  • Kleurenleer en Contrast

    Huiswerkopdracht les 12 Huiswerk voor komende week: lees in boek hoofdstuk 8 over kleur en maak 2 versies in acrylverf van een eenvoudig voorwerp tegen een gekleurde achtergrond, beide op +/- A4 formaat: Het voorwerp steekt in complementair kleurcontrast af tegen de achtergrond Het voorwerp steekt af in een kleur-op-kleur contrast.  Gedachten Heel spannend, ik heb eigenlijk altijd getekend, nooit serieus geschilderd. Wel heel veel zin in, terwijl ik eigenlijk nog niet weet of ik het leuk vind, of ga vinden. Dit is natuurlijk wel één van de redenen om deze opleiding te gaan doen, horizon verbreden, nieuwe dingen ontdekken. Begin december van Sinterklaas Monique een prachtig boek cadeau gekregen. Het heet “Kleurenmengtechnieken” van Ian Sidaway, het eerste stukje is theorie die ik toch niet kan onthouden. Het grootste deel van het boek zijn tabellen met mengkleuren voor verschillende materialen. Er staat ook een hoofdstuk acrylverf in, met kleurcombinaties in drie verschillende mengverhoudingen.   Ideeën en keuze voorwerp Ik vind oranje een hele mooie kleur voor deze opdracht -het draait om contrast- daarom heb ik gekozen voor sinaasappels. De kleur die ik ga gebruiken voor het kleur-tegen-kleur contrast is groen, maar dan een beetje donkere variant (zonder zwart te gebruiken, want dan is het een onverzadigde kleur geworden). Groen zit op de kleurencirkel niet ver van oranje af, toch hoog contrasterend. Het complementaire kleurcontrast was niet heel lastig, geel/oranje staat in de kleurencirkel tegenover blauw/paars. Welke tint groen en welke tint paars ik wil gaan gebruiken opgezocht in het mengtechnieken boek. Toen ik de gewenste kleuren had gevonden kon ik terugvinden hoe ik deze zou moeten mengen. Uit de tabellen in het boek blijkt dat ik, met de kleuren van het boodschappenlijstje voor de acryl-verf-lessen, de kleuren die ik graag wilde gebruiken, niet kan maken. Dus weer een beetje gesmokkeld, en heb daarom twee kleuren bijgekocht, midden-cadmiumgeel en permanent violet. Aanpak Met alleen een sinaasappel tegen een groene en één tegen een paarse achtergrond vond ik eigenlijk de oefening met allerlei nieuwe dingen (de acrylverf, werken met kwasten, oefenen met mengen, gebruik van medium en binder) wel wat beperkt. Eenvoudig beginnen zou een goed plan kunnen zijn. Toch wil ik graag iets complex maken, om er langer mee bezig te zijn, en een beetje uitdaging kan geen kwaad. Bij de soft pastel opdracht, was het me niet goed gelukt om bij de Kingfisher opspattend water vast te leggen. Het advies van Bastiaan was toen om transparantie en reflectie in het water aan te brengen. Daar wilde ik graag nog een keer mee aan de slag. De uitkomst is een glas water waar sinaasappelschijven in plonzen. Een prachtig beeld van een high speed camera gevonden. Wel een complexe plaat… Als het niet goed gaat kan ik natuurlijk altijd nog vereenvoudigd opnieuw beginnen.   Twee identieke afbeeldingen Voor het maken van een tweetal (enigszins) identieke afbeeldingen met een verschillende achtergrond kleur de volgende aanpak bedacht: Op het acrylverfpapier twee kaders uitgemeten en uitgezet met maskeertape, +/- A4 formaat. Op basis van het voorbeeld de linkerzijde geschetst. Aan de rechterkant met heel veel meten en puzzelen de schets zo goed mogelijk gerepliceerd. Groene en paarse achtergronden geschilderd. De groene kleur is ultramarijn met midden-cadmium-geel. De paarse kleur is ultramarijn met permanent violet. Twee lichtere tinten van groen en paars gemend door wit toe te voegen (onverzadigde kleuren) voor het water en het glas. Vanaf nu is er -denk ik- geen verschil meer tussen de paars en groene variant. Dus ga ik nu proberen simultaan te schilderen. Een kleur één keer mengen en op beide afbeeldingen aanbrengen. Uit deze aanpak ontstaat ook de werktitel “De simultaan sinaasappels”. Grijze delen van het water, De ondergrond, met schaduwen en reflecties. De puntjes en streepjes in de golf met spetters in blauwe tinten, wit/grijze tinten en de laatste gemengd met een beetje geel De onderkant van het glas, zoveel kleurtjes, fascinerend! Daarna de bovenkant van sinaasappelen met breking en vervorming toegevoegd. De mengkleuren zijn midden- en licht cadmiumgeel in verschillende verhoudingen. Tot slot de sinaasappels. Bijna alles zonder toevoeging van wit. Op een paar punten toch wel met de zuiverheid van kleuren gesmokkeld, domweg omdat er wit in de binnenschil van de sinaasappel zit.   Feedback Mooi platen, reflecties in het water goed gedaan. De sinaasappels zouden meer in het glas lijken te zitten als de hoek in de glas ook door de sinaasappel gelopen was, het liefst in een lichtere kleur. Het gebruik van vernis omdat het glas en water is, is niet aan te bevelen, je schilderwerk moet de suggestie van glas en water opwekken, niet de oppervlakte-behandeling.  Ook zonder het vernis was de suggestie al daar.

  • Beweging, ritme en herhaling

    Achtergrond futurisme Het futurisme (Italiaans futuro, "toekomst") is een van oorsprong Italiaanse beweging en kunststroming aan het begin van de 20eeeuw, ontstaan uit het kubisme. Enkele kenmerken van het futurisme zijn beweging, ritme en herhaling om snelheid, energie, agressie, innovatie en nieuwe technologie weer te geven. Filippo Marinetti schreef het 'Futuristisch manifest'. Het manifest beoogde een toekomst gedreven door strijd, aanval en beweging: “Wij willen de oorlog verheerlijken – enige hygiëne van de wereld – net als het militarisme, het patriottisme, de verwoestende gebaren van de anarchisten, de Ideeën zo mooi om voor te sterven, en de minachting voor de vrouw.” Volgens de futuristen moet kunst volledig gericht zijn op de toekomst, en niet op het verleden. Daarbij omarmden ze delen van het kubisme, met name de vormvereenvoudiging. Vormen worden fragmenten in beweging.  Bekende futuristen (“en hun werk”) zijn Russolo (“Dynamiek van een auto”), Balla (“Dynamiek van een aangelijnde hond”) en Boccioni (“Krachten van de straat”).   Huiswerk opdracht les 17 Schilder beweging in de stijl van de futuristen. Het onderwerp is dans of sport. Beweging in een beeld laat je zien door ritme en herhaling van vormen, kleuren en lijnen. Futuristen werkten met sterke vereenvoudiging van vorm en probeerden verschillende momenten van een beweging in één beeld te vangen. Vaak leidde de herhaling van een vorm tot een nieuwe en soms bijna onherkenbare vorm. Schilder op een donkere achtergrond met droge kwast een schets en ga daarna met paletmes pasteus schilderen. De verf met muurvuller mengen eventueel zand toevoegen.   Ideeën Bij beweging en sport is mijn eerste associatie vanzelfsprekend de kartsport en de successen die onze zoon Bart daar heeft gevierd. Beweging vanuit een zijwaartse perspectief heb ik tijdens de lino opdracht al uitvoerig gedaan. (Zie pagina 65 en 75) Ik wil nu proberen een voorwaartse beweging (dus naar de kijker toe) uit te beelden. Het blijkt erg lastig om die bewegingsdynamiek weer te geven, In mijn pogingen lijkt meer of Bart heen en weer geschud wordt in plaats op je afkomt. Te weinig met perspectief gedaan, denk ik. Nu ik er een tijdje mee bezig ben bedenk ik me het volgende. Ook al is het verleidelijk, -ik heb honderden professionele foto’s van Bart in actie- toch vind ik het eigenlijk niet zo leuk om weer hetzelfde te maken.   Ik ben dus wat gaan rondneuzen op zoek naar sportieve platen met pasteus schilderwerk. Ik stuitte op het werk van Bohzena Fuchs. Prachtige platen van surfen, skiën en duiken, allemaal boordevol beweging, maar het ritme en de herhaling ontbreekt. Ik moet dus letterlijk terug naar de tekentafel! Idee Juist in deze periode begint het Formule 1 seizoen 2024. Dat bracht mij op het volgende idee. Een weergave van een pitstop van een formule 1 auto. De beweging die ik dus vooral wil neerzetten is rotatie, gecombineerd met de beweging van het wisselen van een wiel. Een bandenwissel van een F1 auto duurt minder dan 2 seconden, vandaar de titel. Formule 1 lijkt in termen goed te passen bij veel aspecten van het futurisme: Beweging en snelheid (een F1 bolide kan snelheden tot 360 km/u bereiken), herhaling (in één race 50+ keer hetzelfde traject afleggen), natuurlijk is het industrieel en zeer innovatieve technologie. Maar ook: géén geschiedenis, alleen vooruitkijken hoe het nog sneller kan, en… (helaas) nog steeds geen vrouwelijke coureurs! Voor inspiratie een filmpje van RedBull bekekenen over een F1 bandenwissel. Het filmpje gaat over de choreografie van een pitstop, dus heb ik dans en sport in één keer te pakken. Ook het pasteuze schilderwerk past goed, de hitte van een F1 motor (1000 C°) doet de lucht trillen en maakt het beeld dus minder scherp. Het idee is om het wiel centraal te zetten en de verplaatsing van het wiel en de rotatie weer te geven door cirkelsegmenten om het wiel te plaatsen. Uit het filmpje een pakkend screenshot gemaakt en die als leidraad voor het maken van dit werk gebruikt.   Aanpak canvas Allereerst vroeg ik me af waarom mijn canvas plat zou moeten zijn. Als ik toch pasteus ga schilderen en de verf dus 3D wordt, waarom dan het canvas niet ook in 3D? Kon geen goede reden bedenken om het niet te doen, dus… …heb ik heb geprobeerd om de hele pitstop terug te brengen tot een eenvoudig reliëf in grijs werkkarton. De vormen zijn gebaseerd op acceleratie, deceleratie en rotatie. De eenvoud was noodzakelijk, niet alleen omdat het hoort bij futurisme, maar ook omdat het maakbaar moest zijn. Een enorme vormvereenvoudiging! Ik heb daarna het karton licht geplamuurd, geschuurd en een paar keer in de gesso gezet.   Aanpak schilderwerk Uiteindelijk heb ik -met het paletmes- drie lagen verf en muurvuller aangebracht. Aan pasteus schilderen moest ik erg wennen. Ik hou van voorspelbaarheid en controle. De combinatie Theo, sneldrogende plamuur, acrylverf en paletmessen is allesbehalve voorspelbaar en gecontroleerd. Maar dat maakt het ook spannend en leuk. Omdat ik dat goed bij F1 vond passen heb ik het werk tot slot in hoogglans vernis gezet. Over het eindresultaat ben ik -in het licht van de opdracht- best tevreden. Ik heb me wel voorgenomen om te gaan oefenen in het hanteren van een paletmes. Als ik het werk van Bohzena Fuchs bekijk kan ik daar nog een hoop vooruitgang boeken Idee Terwijl ik bezig was met het maken van de pitstop bekroop mij het gevoel dat ik toch ook een statement tegen die hele foute futurisme beweging moest maken. De uitgangspunten als verheerlijking van oorlog (extra stuitend in deze tijden…!) en de kwalijke minachting voor de vrouw maken dat ik een oprechte aversie tegen de stroming voel, en vond dat ik daar ook iets mee moest doen. Het is weliswaar een tegengeluid na ruim honderd jaar, en lang nadat de beweging heeft opgehouden te bestaan, maar beter laat dan nooit! Ik wil de attributen van de futuristen -beweging, ritme en herhaling- gebruiken voor een voorstelling die verder in alles een tegenhanger is van deze stroming. Een klassieke, traditionele en romantische voorstelling met een vrouw in één van de twee hoofdrollen. Klassieke dans: Ballroom!   Aanpak Om de figuren in beweging goed neer te zetten heb ik een stijldans filmpje gedemonteerd en er een aantal stills uitgehaald die samen weer de hele beweging van mijn werk vormen. Omdat het schilderen op gesso goed was bevallen weer een grijze kartonplaat genomen en in de gesso gezet. Een warm-grijze band opgezet met een verloop naar titanium wit boven en onder. De overgang verzacht met droge spalters. Voor het schilderwerk aan de dansers heb ik geen muurvuller maar een matte gel gebruikt. Om de drie futurisme elementen weer te geven heb ik het volgende gedaan: De dansbeweging benadrukt door voor een langgerekte canvasvorm te kiezen en de laatste kwastrichting van de achtergrond horizontaal. Op het passe-partout geschilderd om de illusie van beweging verder te versterken. Het ritme is -naast de natuurlijke associatie van ritme bij dans- ook duidelijk onderdeel van de aaneenschakeling van 7 posities. Deze 7 posities belichamen natuurlijk ook de herhaling. Naast de keuze voor het romantische onderwerp heb ik de volgende elementen gebruikt als maximaal protest tegen het futurisme. Zowel de dansers als de achtergrond vooral in niet-kleuren en onverzadigde pastelkleuren gezet, geen agressieve schreeuwende complementaire of kleur-tegen-kleur contrasten. Gevoelsmatig hoort symmetrie bij futurisme, vandaar het asymmetrische passe-partout. De indeling met de voeten bijna op de onderrand van het passe-partout symboliseert het met beide benen (28 benen!!) stevig op de grond staan. Geen hoogdravend futuristisch gedoe dus. Wat heb ik ontdekt en geleerd? Het is heel fijn werken met acrylverf op grijs werkkarton (1,9mm dik) dat ik eerst met gesso had behandeld. Zowel voor het kartonnen 3D canvas als voor het schilderwerk op de overgang tussen canvas en passe-partout zou het doorbuigen van het karton funest zijn. De kartonnen sculptuur zou onvermijdelijk losbreken en de acrylverfverf op de naden doorscheuren, zo ook bij het passe-partout. Om dat te voorkomen heb ik beide werken in een vroeg stadium op een foamplaat gelijmd, dit om het buigen van het karton te voorkomen. Als je pasteus geschilderd hebt is het een goed idee om je werk liggend te laten drogen. Na de eerste laag op de F1 band had ik behoorlijk wat “zakkers”. Effect van paletmes voor mij nog heel onvoorspelbaar. Nu wel een setje met een paar verschillende maten gekocht, en dat maakt het manoeuvreren wel wat makkelijker. Het lijkt in ieder geval alsof ik minder gevolgschade heb als ik een kleiner paletmes gebruik. Met gevolgschade bedoel ik het effect dat je een fraai stukje met je mes hebt “geboetseerd”, maar in de daaropvolgende streken het mes dat fraaie stukje weer raakt en beschadigd, terwijl dat niet de bedoeling was. Ik heb hier en daar wat lijnen kunnen maken door het paletmes op zijn kant te houden en de verf “op te duwen”. In de uitvoering van de pitstop zit een gemiste kans. De dynamiek, de snelheid en beweging van het moment was aanzienlijk sterker tot uiting gekomen met meer dan twee geel gehandschoende handen. Door het 3D canvas niet nog even snel toe te voegen. (Toch een reden gevonden om een 2D canvas te gebruiken…)   Feedback Schilderwerk zoals ik niet eerder van je gezien heb. Gaat heel goed. Origineel idee om het canvas 3D te maken, maar door er een object van te maken (die min of meer los staat van de (statische) achtergrond neem je een heel deel van de beweging weg. Als de beweging ook in de achtergrond zit wordt het veel krachtiger. Leuke vondsten in het Ballroom schilderij. Qua stijl heeft het een gelijkenis met de Blauwe Danseres van Gino Severini. Bastiaans reactie op de onvoorspelbaarheid van het paletmes: Een heel belangrijk aspect van het maken van een schilderij is het begrijpen van materiaaleigenschappen: vervloek het niet, maar wen eraan en benut het!

  • Compositie I

    Idee Ook deze week was er niet veel ruimte voor eigen ideeën. Er stonden een drietal stillevens opgesteld, waar een keuze uit gemaakt kon worden. De eigen invulling komt uit de kijkhoek en de uitsnede die je van één van opstellingen met je telefoon camera vastlegt. Op basis van die foto’s maak je twee schetsen vanuit 2 verschillende standpunten van uitsneden van een stilleven - Blow-ups! Een hele grote verzameling foto’s gemaakt, maar evengoed bleek het moeilijk om een “stukje” afbeelding te vinden waar ik een goede compositie in herkende. Compositie is een wezenlijk onderdeel van wat je met je werk wilt zeggen. In eerdere opdrachten speelde compositie ook een belangrijke rol. Als voorbeelden de vrouw op het hoogtepunt van een verbale ruzie past niet op mijn papier en schreeuwt in zwart en rood, een dansende stel danst over het passe-partout heen. In dit geval weet ik niet zo goed wat ik met een Spaanse karaf, een cirkelvormig rooster en een etalagepop-kop wil zeggen. Er zijn wel veel dingen vreemd. Neusgaten die een soort “kuiltjes” zijn in plaats van echte neusgaten. Op de lippen van de kop geschilderde hooglichten die heel erg onnatuurlijk aandoen. Geschilderde hooglichten in de ogen die in de schaduw zitten. En wat voor een rooster is dat in vredesnaam? De opsteller van dit stilleven weet er -alleen al met dat object- een bijzondere uitdaging in te stoppen, maar daar kwam ik pas achter toen ik aan het eerste spaakje begon.   Resultaat Als ik met het positieve begin dan zijn de verschillende componenten goed gelukt, zelfs het rooster. Inzichten in wat ik van mijn eigen werk vind komen vaak pas later, als ik mezelf de gelegenheid heb gegeven om er een tijdje rustig naar te staren en over te denken. Deze week kwam ik tot de slotsom dat hetgeen waar deze opdracht eigenlijk over gaat niet goed is gelukt. Het is een ongemakkelijke compositie geworden. De bodem ontbreekt. De karaf, het rooster en kop blijven losse componenten, en worden geen samenhangend geheel. Het verbindende object -de doek waar het allemaal op lag- heb ik achterwege gelaten, en dat helpt me niet. Kloppende schaduwen ontbreken dus ook daar is er geen verband ontstaan omdat ook schaduw relaties ontbreken. Daarnaast vind ik het contrast niet hoog genoeg, wat het geheel nogal vlak maakt. Als (zwakke) oplossing heeft het de titel: “Gewichtloosheid III” gekregen, om het gebrek aan samenhang te verklaren Ik ben wél blij dat ik deze ene tekening vandaag op heb kunnen hangen, want het is de derde poging… Het ging niet van een leien dakje deze week, vooral technisch liep het allemaal niet heel voorspoedig. Aanpak Eerste punt waar het mis ging is dat ik tijdens de les had opgeschreven dat de opdracht een tekening maken was. Toen ik later de groepsapp nog eens goed ging lezen zag ik dat het schetsen moesten zijn, maar toen was “Gewichtloosheid III” al in wording.   Gewichtloosheid I Slachtoffer van een nieuwe gum. Potlood aanbrengen op grote egale oppervlaktes vind ik altijd een lastig ding dus heb ik voor de daarvoor -naast het tekenen met potloden- ook een HB en 8B grafietpoeder gebruikt. Dat had ik al eens eerder gemaakt door potlood op schuurpapier tot poeder vermalen. Poeder maakt het egaal aanbrengen van grotere oppervlakken een stukje makkelijker doenbaar. Je kunt het met een kwast op de oppervlak aanbrengen voor en nadat je gewoon potlood hebt gebruikt. Het geeft meer egale oppervlakte, en je kunt het ook met keukenpapier verder inwrijven. Deze techniek gecombineerd met een nieuw gum zorgt voor het sneuvelen van “Gewichtloosheid I”. Door gebruik van het poeder kreeg ik veel vlekken op de plaats waar de etalagepop-kop moet komen en ik wilde de kop -zeker aan de rechterkant- best licht houden. Dus ben ik daar braaf gaan gummen… maar de nieuwe gum blijkt het papier te beschadigen, niet gelijk zichtbaar, maar het laat een residu achter. Dat werd duidelijk toen ik aan de kop wilde beginnen; ik kreeg er net geen mogelijkheid een egale tint op, maar wel allerlei vieze vlekken. Dat was wel even balen dus. Veel geprobeerd om het te repareren, maar zoals vaak wordt het daar alleen maar erger van. Dus een drastisch besluit… overnieuw. Ik heb mijn frustratie vertaald naar een beetje ruwe schets van de etalagepop-kop.   Gewichtloosheid II De schets opnieuw gemaakt maar plaats van de kop van de pop nu afgeplakt met airbrushfilm. Toen ik (weer) aan de Spaanse karaf begon merkte ik al snel dat ik -in de haast voor de tweede poging- de schets heb gemaakt op papier met veel te veel structuur voor het soort tekening dat ik wil maken! Ik baalde nu nog een stukje meer, want de schets maken is ook best een klus. Nu resulteerde de frustratie in een verkreukelde tekening.   Gewichtloosheid III Voor de derde keer een poging gedaan, op het juiste papier, met een afgeplakte ruimte voor de kop. Ik vond het toen eigenlijk al een stuk minder leuk geworden, en heb me er dan ook niet meer toe kunnen zetten om na deze nog een tekening of schets te maken. Dat was qua tijd ook niet gelukt. Wat heb ik ontdekt en geleerd? Haastige spoed is zelden goed. Als ik bij het pakken van papier bij “Gewichtloosheid II” iets beter had gekeken… als ik iets eerder in de appgroep had gekeken, als ik even wat getest had met die gum… als… als…  Een ervaren stilleven bouwer zet interessante attributen neer waarvan je je als overvaren tekenaar pas beseft wat het betekent als je met je potloodje 40 spaken van een rond rooster -voor de derde keer- aan het vormgeven bent.   Feedback De onbalans in de huidige compositie is vooral veroorzaakt doordat de etalagepop-kop een te groot deel van het beeld in beslag neemt, en de linker wenkbrauw je blik het beeld uit leidt. Het afsnijden van de linkerhelft van het gezicht maakt er inderdaad een veel evenwichtiger compositie van. Bastiaan”: “Meer tekenen en minder wrijven.”  Verder was de feedback op mijn potloodtekening: “Ga nou toch eens een keer tekenen, jongen!”

  • Abstractie II

    Idee Ik was nog steed ontevreden met het eerste resultaat van de abstractie opdracht . Toen ik op een metrostation grote wanden van glazen bakstenen zag bedacht ik me dat ik daar ook een prachtige compositie mee kon maken. Het beeld van de Mondriaan en de dobbelstenen gezien door een wand gemaakt van glazen bakstenen die het beeld drastisch deformeren. Dat is toch ook een soort van abstractie? Eerst van plan om dezelfde maten en posities als bij het originele werk aan te houden. Uiteindelijk toch een uitsnede gemaakt, omdat het beeld erg grijs zou worden (de kleuren van de dobbelstenen zouden een stuk minder prominent zijn) als ik dezelfde afmetingen van elementen en dezelfde posities aan zou houden. Het was een fijn werk om te schilderen!   Aanpak Op basis van (veel) foto’s een beeld gevormd van hoe deformatie van een beeld door een glazen baksteen werkt. Toen een werkkarton van 70x50cm in de Gesso gezet en geschuurd. Daarop een laag acrylverf in titaniumwit. De bakstenen uitgemeten en de voegen afgeplakt.  Met het originele werk ernaast gaan schilderen Daarna de tape verwijderd en de voegen tussen de bakstenen geschilderd.    Het is misschien wel abstract op “mijn manier”. Je ziet wel wat het is, maar niet meer wat het was… ofwel het lijkt misschien abstract maar is toch figuratief…    Feedback De feedback op dit werk was dat het geen compositie is en vergelijkbaar was met het werk van de minimalisten zoals Jan Schoonhoven. Ik zie geen overeenkomst. Dit is een verzameling deurbellen. Het doel van Schoonhoven’s Nul-groep is om de invloed van de kunstenaar tot een minimum te beperken. Bij alle werken die ik maak hoort altijd mijn verhaal, hoe ik ertoe kom, welke ervaringen of gedachten mij geïnspireerd hebben en dat deel ik ook elke les. Hoezo geen invloed van de maker…?

  • Abstractie I

    Tijdens de les Vrijwel de hele les is besteed aan de bespreking van de werken van les 22, de aangepaste compositie. Dit was ook gelijk de introductie voor het huiswerk van deze week.   Huiswerkopdracht Maak naar aanleiding van het resultaat van de opdracht “ Veranderde compositie ”  (les 22) een abstract werk. Maak daarbij gebruik van kleur om een richtpunt in je compositie te creëren. Abstraheer zodat er grote vlakken ontstaan door vormvereenvoudiging. Voorbeelden van het soort werk zijn bijvoorbeeld de schilderijen van Serge Poliakoff, maar ook de door mij gebruikte compositie van Mondriaan is een duidelijk voorbeeld van abstracte kunst. In mijn originele (huis)werk van les 22 ben ik van abstract naar figuratief gegaan, nu is de opdracht om weer terug te gaan naar een abstract werk. Het doel van de huiswerkopdracht is tweeledig: Onderzoek hoe vorm en kleur kijkrichting bepalen in een schilderij. Ervaar dat een abstract werk ergens vandaan komt.   Abstractie theorie Om het voor mezelf wat helderder te maken de theorie van abstractie nagezocht op Wikipedia: “Abstractie is het proces van het weglaten van alle niet-essentiële (beeld)informatie en secundaire aspecten en vervolgens generaliseren om zo de meer fundamentele structuren zichtbaar te maken, wat zou kunnen leiden tot nieuwe inzichten.” Idee Eigenlijk maak ik voor elk werk van tevoren een plan, zo ook deze keer. De basis van mijn idee was gebaseerd op een mozaïek, vooral om invulling te geven aan vormvereenvoudiging. In de eerste schetsen ook vastgehouden aan dezelfde vorm van het doek, dezelfde oriëntatie en zelfde positionering van “versimpelde” voorwerpen.   Aanpak Als achtergrond eerst een diffuse vorm van het mozaïek opgezet, de scherper gestileerde versie wilde ik daar overheen zetten. Terwijl ik bezig was bleken zowel het idee als de aanpak een enorme beperking. Het geheel werd erg statisch, terwijl ik juist graag de beweging van de vallende dobbelstenen weer wilde vastleggen. Die dynamiek is de essentie van het eerste werk waar de dobbelstenen in een soort spiraal naar het raster toe lijken te vallen. Het is een beweging die zich prima laat vertalen naar een draaikolk, die de kijker meeneemt naar het centrum van het schilderij, het oog van de kolk. De eerste pogingen zijn nog best wat figuratief, je ziet voorwerpen -misschien zelfs wel te herkennen als kubussen- in de maalstroom. Ook vond ik de gebruikte kleuren te fel. Het resultaat daarvan is dat er eigenlijk geen expliciete (kijk) richting in het werk zat. Misschien dat ik de kijkrichting kan beïnvloeden met minder verzadigde kleuren, en ook met grijs en wit. Het effect kan versterkt worden door het heel expliciet te kwasten in spiraalvorm naar het oog. Deze is uitgevoerd in een donkergrijze niet-kleur om diepte te suggereren. Parallel aan het voortschrijdend inzicht heb ik telkens nieuwe lagen aangebracht op de eerdere uitwerkingen, de lagen stapelden zich op. Tot de slotsom gekomen dat ik de kubus figuren niet nodig had maar dat het volstaat om alleen de beweging af te beelden. De dynamiek van het originele werk is daarmee denk ik goed behouden. Vorm, kleur en niet-kleur geven een heldere kijkrichting. Ook wilde ik graag de referentie naar het originele werk van Mondriaan behouden. Daarom het typische Mondriaan raster over de maalstroom heen geschilderd. Daarbij weer gebruik gemaakt van tape en papier om scherpe lijnen te maken. Het raster integreerde niet met de kolk. Nogmaals een draaikolk-laag gezet, en deze stevig cirkelvormig uitgewreven en geschuurd om één geheel te vormen met het raster. Om geen duidelijk herkenbaar begin van de spiraal, maar alleen een duidelijk einde te realiseren heb ik de typische Mondriaan vlakken in alle vier hoeken geplaatst. De hoeken zijn met het paletmes dik opgezet in primaire verzadigde kleuren. Helaas ging dit visueel niet fijn samen met geschuurde/gehavende strepen van het raster. Daarom heb ik het raster rondom deze vlakken deels hersteld. Ook besloten om het werk vierkant te maken, dit maakt de referentie naar Mondriaan duidelijker. De compositie van een cirkel in een vierkant leidt de kijker ook nog sterker naar het oog van de maalstroom toe. Wat heb ik geleerd en ontdekt? Voor sommigen is het maken van een schilderij blijkbaar een reis zonder planning. Dan zijn de verschillende stadia verrassend, en dat zijn soms -maar niet altijd- aangename verrassingen. Dit is voor mij een heel andere manier van werken, het werk verandert drastisch en voortdurend gedurende het maken, en heeft al snel weinig meer te maken met het originele plan. Het voelt meer als experimenteren dan creëren. Maar het hielp wel bij de steeds verdere versimpeling van vormen. Heel plezierig vind ik het niet… Ik ben niet blij met het resultaat, ik merk dat ik aan deze werkwijze erg moet wennen.   Ik vind het bij figuratief werk al lastig om te bepalen wanneer iets klaar is, bij abstract werk begrijp ik daar helemaal niets van…  Ik weet eigenlijk nog steeds niet in welk stadium ik het werk eigenlijk het beste vond. Terugkijkend neig ik naar de eerste (felgekleurde) draaikolk met blokken. Het werken met sjablonen en tape wordt minder netjes en “crisp” als je al vele (soms dikke) lagen verf hebt aangebracht. Bedacht me later dat ik -met vier felgekleurde hoeken- nu helemaal een spelbord heb gemaakt. Lijkt wel een beetje op Mens-erger-je-niet…   Feedback Het meest in het oog springende commentaar op dit werk was dat “verf verbruiken niet hetzelfde is als schilderen” en dat het natuurlijk niets met Poliakoff te maken heeft. Ik had het idee dat de opdracht was om een abstracte werk te maken gebaseerd op het resultaat van huiswerkopdracht 22. Ik heb daarin gekozen om vooral de beweging van de dobbelstenen een hoofdrol te geven. Blijkbaar had ik de opdracht niet goed begrepen en was de bedoeling om iets te maken wat lijkt op Poliakoff. Originaliteit?

  • Modeltekenen I

    Tijdens les 23 Deze keer modeltekenen! Dat voelde in het begin heel onwennig. Wat het voor mij extra lastig maakte was de tijdsdruk. Voor de eerste 5 poses kregen we elk 7 minuten. Dat is normaal gesproken de tijd die ik nodig heb om eerst eens goed te kijken naar wat ik ga tekenen… Het was ook leuk om weer eens met houtskool te tekenen, dat was alweer een tijdje geleden. Van Bastiaan de tip gehad om niet met korte houtskool staafjes te werken, maar met wat langere en deze dan aan het einde vast te houden. Dan ga je als vanzelf wat losser tekenen. De tekenles begon met de grondbeginselen van model tekenen. Allereerst de verhoudingen van een staand model. Het hoofd beslaat ongeveer 1/8e van de totale lichaamslengte. De heupen zitten op ongeveer de helft Daartussen zit de borstpartij op 1/4e De knieën op 3/4e Als je je armen laat hangen komt de onderkant van je handen ongeveer halverwege je bovenbeen. Een ander fundamenteel aspect van modeltekenen is perspectivische verkorting. Dat is de vertekening die optreedt doordat je (bijvoorbeeld bij een zittend model) schuin van voren tegen een bovenbeen aankijkt. Deze lijkt dan veel korter, terwijl de breedte van het been natuurlijk onveranderd blijft. Ook in grootte van elementen moet je hier rekening mee houden. De knie, omdat deze dichterbij is moet je dus groter tekenen, en je kan dat best een beetje overdrijven om de diepte meer tot uiting te laten komen. Het blijkt ontzettend leuk om een “live” model te tekenen! Ik heb er heel veel plezier aan beleeft, ook omdat model Inge het door haar uitleg en bemoedigende woorden een stuk gemakkelijker en minder onwennig maakte. Deze keer samen met de groep een hele les getekend, allemaal bezig zijn met mooie dingen maken. Huiswerkopdracht De opdracht was om één van de schetsen van Inge uit te werken in een acrylverf schilderij. Daarnaast om er een omgeving bij te creëren, een context of compositie.   Ideeën Ik ben veel aan het puzzelen geweest om een mooie compositie bij één van de schetsen te bedenken. Ik had een paar ideeën, zoals “Dame of Thrones” en “Chess on the Beach” en heb wat knip en plakwerk gedaan om te kijken hoe het uitpakte. Ik werd er niet enthousiast van. Hetgeen me vooral stoorde was het feit dat het werk niet meer over modeltekenen leek te gaan, maar dat de omgeving de aandacht van de kijker lijkt te claimen, en leidde veel te veel af. Ik wilde graag een mooie herinnering aan afgelopen maandag maken, een herinnering aan mijn eerste modelteken ervaring.  Dan gaat het natuurlijk vooral om de poses en beelden van model Inge. Na nog wat rondneuzen op internet kwam ik foto bewerkingen van Arjen Roos tegen. Daar zat ook een werk bij dat “Zittend naakt” heet en is wat de titel belooft, met een donkere achtergrond, een zittend model en prachtige lichtval. Deed me sterk denken aan Clair-Obscur.  De compositie gaat een donkere vierkante achtergrond worden, met verschillende nuances zwart en grijs. Het donkere vierkant staat gecentreerd in een witte rechthoek, om te benadrukken dat het een vierkant is. De keuze voor vierkant is om de focus op het midden heel expliciet te maken, en Inge in het middelpunt te zetten. Naast het werk van Arjen Roos nog verder gekeken voor afbeeldingen die me konden helpen met kleurgebruik en belichting. Veel van die voorbeelden gebruiken onverwachte kleuren voor het weergeven van de huid. Linda stuurde ook nog een prachtig voorbeeld waarbij de huid in allerlei kleuren was opgezet. Ik heb een snelle tekening gemaakt om het effect van verschillende kleuren uit te proberen. Ook hier werd ik niet enthousiast van, het wordt dus gewoon huidskleur.   Aanpak De volgende stappen genomen tot het eindresultaat: Een werkkarton van 50x70cm meermalen in Gesso gezet en geschuurd. Daarop het vierkant afgeplakt De achtergrond in meerdere lagen en tinten grijs en zwart opgezet. Overgangen gemaakt met droge spalters Eerst een onderschildering gemaakt. Het doodverven was bij de Clair Obscur opdracht goed bevallen. Dus Inge eerst in donkere tinten geschilderd. Afgeschilderd in kleur van donker naar steeds lichter. Om toch aan de opdracht te voldoen nog gecheckt of een “Vermeer gordijn” de compositie beter zou maken. Ik vond het geen verbetering en het gaf zelfs een wat ongemakkelijk gevoel.   Wat heb ik ontdekt en geleerd? De achtergrond is opgezet in geconstrueerd zwart. Het blijft me verbazen hoeveel tinten “natuurlijk zwart” je kunt maken door te mengen. Huidskleur is best een lastige kleur. Veel kleuren gemengd om op de verschillende plaatsen tot de juiste tint te komen. Onverwacht veel cadmium donkergeel en wit in de lichte delen. Zoals verwacht veel gebrande omber in de schaduw, maar ook Phtalo blauw. Compositie is niet alleen de organisatie van elementen maar ook het weglaten daarvan ;-) Het losser schilderen gaat steeds beter. Hier is vooral het opgestoken haar een product van mijn hand en de kwast hun gang laten gaan -niet bij nadenken- maar gewoon laten ontstaan.   Feedback Begrijpelijk dat je Inge centraal stelt om weer te geven wat de eerste keer modeltekenen voor jou betekende. Maar… modeltekenen werd en wordt vooral gedaan als oefening om mensen correct in een grotere voorstelling weer te geven. Door het model juist niet in het centrum te zetten had er een spannendere afbeelding van gemaakt. Een Vermeer gordijntje was een leuke toevoeging geweest. Beetje voyeuristisch. Daar kwam denk ik dat ongemakkelijke gevoel vandaan wat me ervan weerhouden heeft om het gordijntje te schilderen. Bastiaan vertelde dat het weergeven, oproepen en blootleggen van dat soort gevoelens en sentimenten juist één van de interessante (en leuke!) aspecten is aan het maken van schilderijen. De ruggengraat zit te ver naar rechts, en de schaduw op de rechterbil is te hard.   Vervolg Met de inzichten van Bastiaan verder nagedacht over de compositie van “Inge in acrylverf”. Heel vroeger hadden mijn ouders een Polaroid-direct-klaar-camera. De foto’s die daar uitkwamen hadden een aparte rand, de onderkant van de omkadering was veel breder dan de andere drie zijden, zodat je de foto vast kon houden zonder het ontwikkelde deel aan te raken. Door de bovenkant van het witte kader om mijn werk in te korten ontstaat hetzelfde effect. Voor mij geeft het idee van een zo’n Polaroidfoto een nog veel ongemakkelijker en meer voyeuristisch gevoel dan het gordijntje van Vermeer.      Inge in stift en stippels De sessie modeltekenen was erg inspirerend, en terwijl ik het werk in acrylverf af vond, wilde ik toch graag nog wat andere technieken met als basis de modelschetsen proberen.   Stift Ik vind Pro-markers van Winsor and Newton nog steeds heel fijn om mee te kleuren. Ik heb daarmee de liggende pose gekleurd, en ook de achtergrond wat kleur gegeven. Daarna wilde ik toch graag nog eens proberen te werken met niet-huidskleuren, of in ieder geval delen in te kleuren met minder voor-de-hand-liggend tinten. Leuk om te doen, en eigenlijk best blij met het effect.   Fineliner Ik heb recent het boekje “Tekenen met Fineliner” van Liam Carver gehad. Er staan heel veel voorbeelden in van lijn-tekeningen, tekeningen met verschillende arceringen en gestippelde werken. Het leek me leuk om kijken of ik een gestippelde versie van één van mijn schetsen zou kunnen maken. Op 250-grams Bristolpapier gewerkt met fineliners in diktes 0.1, 0.3, 0.5, 0.8 en 1.0. Je moet er de tijd voor nemen, en je wordt er heel rustig van. Geduld is het sleutelwoord, en je moet vooral zorgvuldig blijven stippelen, want een “per-ongeluk” streepje valt enorm op! Ik ben tevreden met het resultaat.

© 2025 by Theo. 

bottom of page