ZOEKEN
78 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Portretten van vier generaties van Waarden en Waardigheid
Dit is deel één uit de reeks "Examenwerk". Voor het eindexamen van de cursus Tekenen en Schilderen ben ik vanaf januari 2025 tot begin mei bezig geweest met het maken van mijn eindwerkstukken. Mijn ideeen, plannen, keuzes, aanpak en het resultaat zijn beschreven in deze reeks. Van start Op 20 januari werd het thema voor het eindexamenproject bekendgemaakt: "Waarde en waardigheid". Ik heb dat onmiddellijk omgedoopt naar "Waarde n en Waardigheid" omdat dat bij mij veel beter resoneert. Inleiding Als eerste aanzet werd er klassikaal een woordspinnetje op een flipover gezet. In mijn werkzame leven heb ik heel veel met dit soort mindmaps gewerkt en mijn ervaring met deze aanpak -het vroegtijdig leggen van relaties dus- is dat het je denkraam aanzienlijk beperkt. Daarom heb ik ervoor gekozen om alleen te werken met kaartjes waarop ik individuele steekwoorden vastleg. Die steekwoorden kwamen op willekeurige momenten in me op als ik in gedachten met het thema bezig was. Het werken met kaartjes maakt dat je onafhankelijk van tijd en plaats met je mindmap bezig kunt zijn. Het enige wat je hoeft te doen is zorgen dat je een stapeltje kaartjes en een pen bij de hand -of in je binnenzak- hebt. In de trein, tijdens het koken, wandelend op het strand, ik bleef mijn gedachten over het thema op kaartjes schrijven, nog niet in samenhang, maar gewoon alles wat in me opkwam. Door mijn geheugen beperking ben ik sowieso gewend aan veel en direct opschrijven. De stapel kaartjes groeide dan ook gestaag. Vanzelfsprekend levert elk nieuw kaartje een reeks associaties op, dus ondanks het feit dat ik in dat stadium nog niet bewust op zoek was naar samenhang, tekenen zich bepaalde contouren af, ik vroeg me af waar mijn gedachten in deze langdurige solo brainstorm met mij naar toe zouden gaan. Een aantal keer, met de inmiddels verzamelde kaartjes om me heen uitgestrooid op de vloer, op zoek gegaan naar de overeenkomsten en de verschillen. Tijdens het teruglezen van de kaartjes ontstaan weer nieuwe associaties, andere en aanvullende gedachten, nieuwe inzichten, nieuwe woorden, nieuwe zinnen, nieuwe beelden. Ik blijf alles op kaartjes schrijven. Wat daarmee steeds helderder wordt is dat er een duidelijk onderscheid te maken is in ‘het wanneer’ waarin een gedachte speelt. Ik probeer daarin een tijdlijn te ontdekken. Als ik daar wat meer op inzoom dan herken ik eigenlijk vier tijdvakken waarop mijn collectie steekwoorden betrekking heeft. De eerste twee tijdvakken zijn mijn realiteit, mijn eigen jeugd, verleden en ervaringen. De derde en vierde zijn mijn huidige situatie en aansluitend assumpties over de toekomst. De woorden en zinnen bij het laatste tijdperk zijn vooral nogal cynisch en symbolisch. De kaartjes gesorteerd naar deze tijdvakken. Dat brengt me een interessant inzicht: de aantallen kaartjes per tijdvak verschillen nogal. De uitschieter is duidelijk het derde tijdvak; het recente verleden en de nabije toekomst. Mijn gedachten zijn blijkbaar nog steeds veel bezig met mijn huidige situatie en omstandigheden. De minste kaartjes hebben betrekking op de zwartgallige toekomstbeelden. De vier stapels kaartjes zijn nu eigenlijk een soort zelfportret van mijn gemoed in vier delen. Dit brengt mij al een stuk dichter bij een persoonlijke invulling van het thema: iets als "mijn waarden generaties"? Of "vier generaties van waardigheid"? Storytelling Met de kaartjes per tijdvak verhalend gaan schrijven. Het resultaat is een autobiografische schrijfsel in vier hoofdstukken. Deze vormen samen de tijdlijn van waarden en waardigheid, van een onschuldige kindertijd tot een dystopische toekomst. Ze tonen hoe mijn wereld veranderde en verandert, hoe de normen, waarden en waardigheid verschoven zijn en nog steeds verschuiven. De titel van het verhaal, en daarmee de titel van mijn volledige eindexamenwerk, is "Portretten van vier generaties van waarden en waardigheid" geworden. Vanwege het persoonlijke karakter van het verhaal heb ik besloten deze niet op mijn website te publiceren. Voor het tweede deel klik hier .
- Beeldanalyse "Innenraum"
Tijdens de les In les 47 hebben we gezamenlijk een voorbeeld beeldanalyse gemaakt van een werk van Bastiaans vader. Het is een olieverf schilderij genaamd de Waterput en verbeeldt een landschap in de buurt van Lochem. Verschil in beleving wordt tijdens de les heel duidelijk. Voor Bastiaan betekent het vooral fijne herinneringen aan wandelingen met zijn vader, Liza associeerde het werk met nare herinneringen aan sportvelden met verplichte oefeningen, en het onvermijdelijke sponsor-reclamebord van de lokale slager op achtergrond. Voor het maken van beeldanalyses is de “Beeldwijzer beschouwing van een vlak beeld” een prima leidraad. In les 48 gaan we een bezoek brengen aan het van Gogh museum en het stedelijk museum voor de expositie “Sag mir wo die Blumen sind” van Anselm Kiefer. De bedoeling is om uit deze tentoonstelling een werk te kiezen en daar een beeldanalyse van te maken. Ik heb gekozen voor “Innenraum”, een werk uit 1981. Wat doet het werk met je? Ondanks de weerzinwekkendheid van het beeld, veroorzaakt door het onderwerp, door het palet, en zelfs door de wijze van aanbrengen heeft het toch een -voor mij- niet te verklaren aantrekkingskracht. Ik heb er -ook deze keer- lang naar staan en zitten kijken, en kan er nog veel langer naar kijken. Het is voor mij dan ook het absolute hoogtepunt van de expositie. Het is zo mooi en zo eng tegelijkertijd, en daarmee net zo indrukwekkend als beangstigend. Samengevat: bijzonder imposant verval, waar ik stil van word. Wat is het? Het is een schilderij. Wat is er te zien? “Innenraum” is de Mozaïekkamer in de nieuwe Rijkskanselarij, de regeringskantoren van Adolf Hitler in Berlijn. Het gebouw is ontworpen door de nazi-architect Albert Speer. Letterlijk de steengeworden grootheidswaanzin. Waarvan is het gemaakt? De materialen die in het werk zijn gebruikt zijn olieverf, acrylverf en papier op doek Op welke manier is het beeld ontstaan? De toegepaste technieken zijn een combinatie van schilderen, collage en decollage. Welke beeldaspecten zijn belangrijk voor het beeld? a) Formaat: 287.5 x 311 cm, bijna vierkant maar nog net een landscape oriëntatie. b) Licht: De nissen aan de zijkanten zijn vooral heel duister, voorzien van veel schaduw. Het licht door de ramen in het plafond lijkt door tralies en hoogte vooral heel onbereikbaar. c) Ruimtesuggestie: Suggestie van ruimte wordt vooral gewekt door een zeer sterk symmetrisch lijnperspectief. d) Standpunt: Het standpunt is stahoogte, maar door de hoogte van de ruimte wordt het bijna een kikkerperspectief e) Kleur: Het is een duister palet, de toegepaste kleuren zijn zwart, omber, grijs, oker en wit. Wat er aan kleur is aangebracht is in een vergelijkbare sterkte, vrijwel alles is pasteus. Er zijn gemengde kleuren gebruikt. Er is weinig tot geen sprake van kleurcontrast, het werk is bijna een zwart wit afbeelding, de contrasten zijn dus hoofdzakelijk licht donker. f) Beweging: Ondanks het zeer statische, eenzame, verstilde beeld is er naar mijn gevoel toch sprake van beweging. Maar dan vooral de beweging die je zelf door het schilderij maakt door de ritmes in de zuilen, de tegels en de getraliede ramen, terwijl het symmetrische perspectief je meeneemt naar het mysterieuze attribuut, net onder het centrum. Kiefer laat geheel aan de verbeelding van de toeschouwer wat dat object is. g) Vorm: Het beeld is tekenachtig (lijnen) vooral in het traliewerk in het daklicht en de tegelvloer. Ook is het schilderachtig (vlakken) op de overige delen. De zaal Is zeer ruimtelijk verbeeld. Over het algemeen een statisch beeld, maar er is toch ook sprake van een hoge mate van dynamiek, door de ritmes in de vloer, de pilaren en het glazen getraliede dakramen. De vormen zijn niet decoratief. Ik zou het niet op de beschuitbus hebben. h) Mate van abstractie: De mate van abstractie van het werk is nihil, ik vind het werk volledig figuratief. Het enige wat je abstract zou kunnen noemen is het mysterieuze object. i) De compositie is een symmetrisch centraal. De richting waarlangs de elementen zijn geplaats is diagonaal en strikt in lijn met het perspectief. De wis- of meetkundige benadering is dat er geordend is binnen een balk. Er is sprake van ritmes in zuilen, pilaren tralies. j) Materialiteit, het verval wordt benadrukt door zowel het gebruikte materiaal alsook de wijze waarop het is aangebracht. Welk karakter heeft het beeld? Expressief mededelend. Welke betekenis heeft het beeld? De bedoeling van Kiefer met dit werk moet, volgens het bijschrift, gezien worden in het kader van de Duitse oorlogshistorie; Hij stelt vooral de vraag: Wat zouden we ons eigenlijk moeten herinneren? Welke betekenis heeft het beeld voor jou? Een mooie herinnering, het is het eerste werk van Kiefer dat ik ooit heb gezien. Het was tijdens een schoolexcursie, inmiddels zo’n 40 jaar geleden. Het maakte toen op mij -als puber- al een diepe indruk. Nu belichaamt het voor mij vooral verval, verlies, verdriet en tegelijkertijd het kwaad, de boosaardigheid, en misschien zelfs de dood.
- Van Modeltekenen naar Mondriaan
Opdracht De opdracht van les 46 bestaat uit een drietal stappen. Modeltekenen, je gaat met één van de klasgenoten om en om modeltekenen. Je maakt snelle schetsen in houtskool, per schets krijg je 5 minuten de tijd. Voor de derde schets krijg je meer tijd, en voer je uit op zwaarder papier. Bovendien moet je model iets met een attribuut doen. Abstraheren. Je gaat vanuit de schets lijnen trekken en doortrekken zodat er een soort mozaïek van vlakken, vlakjes, lijnen en lijntjes ontstaat. Over deze houtskooltekening ga je met acrylverf aan de slag. Eerst met een wassing, en daarna ga je het werk volledig abstract maken door lijnen en vlekken steeds meer door elkaar heen te werken. Tijdens de les Mijn model Anneke is duidelijk een doorgewinterd model. Ze blijft volkomen roerloos staan in alle drie poses. Bij de derde schets -dus degene die de basis is voor de definitieve werk- besluiten we om een oude schoen als attribuut te gebruiken. Daarmee is voor mij ook direct de titel voor het werk duidelijk: “Anneke met de derde Schoen”. Jammer dat ik vergeten ben om tijdens de les foto’s van de verschillende stadia van het werk te maken. De houtskoolschets van Anneke met de derde schoen, die nu vrijwel niet meer te onderscheiden is, was best een geslaagde schets. Ik ben begonnen met het abstraheren door lijnen door het werk te trekken. Daarna heeft Danielle -voor mij toch dé expert op het gebied van abstract werk- mij geholpen met het uitwrijven van de houtskool. Aansluitend een wassing aangebracht met drie verschillende kleuren. Daarvoor heb ik gebrande Omber, gele Oker en Koper gebruikt, alle drie in sterk verdunde vorm. Huiswerk De opdracht voor thuis was het volledig abstract maken van het werk. Niet heel gemotiveerd, om de inmiddels overbekende redenen. Nu ook weer voelde het wegwassen van een niet onaardige houtskoolschets -met veel figuratieve potentie- voor mij nogal destructief. Het relateert voor mij ook niet aan "kill your darlings" omdat dat voor mij te maken heeft met weghalen en weglaten van elementen waar je blij van werd -of trots op bent- om daarmee het grotere geheel te verbeteren. Dus niet met het -hoe dan ook- coûte que coûte maken van iets abstracts. Omdat bij de Kandinsky Moldau opdracht het maken van abstract werk me gemakkelijker afging toen ik me op muziek focuste daar nu ook een toevlucht toe genomen. Metalcore to the rescue. Aanpak huiswerk Eerst met drie markers in verschillende breedtes langs een houten lat -over de wassing- de onderliggende lijnen verduidelijkt en extra lijnen toegevoegd om meer vlakken en vlakjes te maken. Omdat ik bij elke poging tot abstract werk als feedback krijg dat ik het toeval geen kans geef, verschillende maskeertapes geprobeerd tot ik een soort gevonden had waarvan ik zeker wist dat het de oppervlakte van het papier maximaal en onvoorspelbaar zou beschadigen. Het is ModelCraft PMA3000 geworden, dit bleek de meeste schade aan aan te brengen. Gelukkig had ik het in verschillende breedtes; 1, 2, 3 & 6mm. Met deze verschillende breedtes tape nog meer lijnen en dus vlakken en vlakjes gemaakt. Daarna de vlakken en vlakjes gaan inschilderen met zinkwit, en met veel matte medium vermengde oker, koper, Phtaloblauw en violet. Omdat het inschilderen van de vlakken veel van de houtskoollijnen erg diffuus maakte heb ik de lijnen nogmaals geaccentueerd met houtskool. Meer eenheid in het geheel gerealiseerd met een glacis van licht oranje. Daarna nogal gewelddadig de maskeertape verwijderd waardoor er grillige witte scheurlijnen tevoorschijn komen. De scheurlijnen met een sterk verdund violet overgeschilderd. Opnieuw een aantal vlakjes gaan inschilderen met hetzelfde kleurpalet maar nu iets minder verdund. Nogmaals met houtskool lijnen geaccentueerd. Fixatief aangebracht voor de houdbaarheid van de houtskoollijnen. Op werkkarton geplakt om het werk wat vlakker te maken. Passe-partout gesneden en bevestigd. Klaar! Wat heb ik geleerd / ontdekt? Het leek me leuk om eens een experiment te doen. Hetgeen ik wilde testen is of ik het resultaat van dit proces -wat op verschillende manieren mijn aversie papillen prikkelt- meer zou waarderen als ik er spannender uitsnede van maak en het in een net passe-partout vat. De uitkomst laat zich raden. Het maakt voor mij geen enkel verschil Feedback Goed gedaan, er gaan heel veel dingen goed. Vlakken niet ingesloten. Lijnenspel verduidelijkt toen het begon te vervagen. Leuk dat je verschillende systemen over elkaar heen hebt gebruikt. Qua compositie maakt het gebruik van het passe-partout niet veel uit. Jammer dat je er geen plezier aan hebt beleefd.
- Schilderen naar-, met- en op Muziek
Theorie tijdens les 44 Aan de slag betekende vandaag schilderen naar aanleiding van -luisterend naar en op- muziek. De achterliggende gedachte van deze opdracht is gebaseerd op de denkbeelden van Kandinsky. Kandinsky had heel uitgesproken ideeën over de relaties tussen kunst, muziek en kleur. Een aantal van zijn uitgangspunten zijn: Een kunstwerk is een klankbord van de ziel Kleur is een trilling in de ziel Kleuren, geuren en klank roepen beelden op. Muziek en kleur zijn onlosmakelijk verbonden Kunst als sin-esthetische ervaring. Sin-esthetisch nog even nagezocht: dat is ervaring waarbij zintuigen en esthetische waarnemingen elkaar versterken of combineren. Het woord komt van de combinatie van "sensatie" (zintuiglijke ervaring) en "esthetiek" (de studie van schoonheid en kunst). Het verwijst naar momenten waarin de zintuiglijke waarnemingen (zoals zien, horen, ruiken, voelen) niet alleen waargenomen worden als losse indrukken, maar als een samenspel dat een bijzondere, vaak intensere, esthetische ervaring oplevert. Denk bijvoorbeeld aan het ervaren van muziek die een visuele voorstelling oproept, of een geur die emoties opwekt die je associëren met kunst. Het idee is dat deze zintuiglijke ervaringen niet afzonderlijk zijn, maar elkaar beïnvloeden en elkaar versterken om een rijke, dieperliggende ervaring te creëren.) Muziek is de meest directe vorm, iedereen heeft wel eens een traantje gelaten bij muziek, bij een schilderij komt dat minder voor. Muziek is volstrekt abstract Er zijn ook overeenkomsten tussen schilderen en muziek, zoals improvisaties en composities maar ook ritme, herhaling, versnelling, vertraging. Aan de slag Tijdens de les drie keer de Moldau van Smetana beluisterd waarbij we een begin hebben gemaakt met een abstract werk gebaseerd op dit muziekstuk. Bij de eerste keer luisteren schetsend met pastelkrijt gepoogd de muziek om te zetten in “notities”. Niet in letterlijke zin, maar een eerste poging om hetgeen je hoort in kleur, lijn en vorm weer te geven. Het was de bedoeling om nog alle ruimte te laten voor verdere verdieping in volgende lagen. Bij de tweede keer luisteren met transparante acrylverf over de pastelschets heen schilderen. Nadat ik twee keer wèl had nagedacht en medium had gebruikt om de acrylverf transparant te maken, ben ik dat daarna stelselmatig vergeten, en is er van de krijttekening niet veel overgebleven. De derde keer verder geschilderd met acryl. Daarbij geprobeerd om de verschillende stadia van de rivier weer te geven. Huiswerk opdracht Huiswerk deze week is het verder uitwerken van de Kandinsky-muziek-schilderopdracht. Idee Omdat het stuk van Smetana je door ritmes en melodieën zo duidelijk kabbelend, vallend, langzaam- en snelstromend water laat horen wil ik -sterker dan nu het geval is- het water meer een hoofdrol in het werk geven. Blauw en wit krijgen een meer prominente rol, maar ik ga ook reflecties in het voorplan schilderen. Om het effect van de reflecties te maximaliseren kies ik voor complementair oranje. In het achterplan “Wild wit” om de indruk van “waterval-schuim” te wekken. Als afwerking wil ik het waterige effect verder maximaliseren door over het doffe acryl een laag hoogglans epoxy te gieten. Aanpak Ultramarijn, licht ultramarijn, wit en oranje acryl in spuitflesjes gegoten en verdund met water. Om de verf meer te laten vloeien eerst een laag gietmedium over het hele werk gesmeerd. Lijnen en druppels gespoten en uitgesmeerd met een spons en ramenwissers Ik bedacht me dat ik in Danielle’s werk vaak druipers en lopers zie. Dat past natuurlijk prima bij een werk met water in de hoofdrol. Weer lijnen en druppels gespoten, en daarna het werk rechtop in een lekbak gezet. Nadat het voldoende was uitgelopen nogmaals met de ramenwissers aan de slag. Laten drogen. Ik was ondertussen de Moldau wel behoorlijk spuugzat. Overgestapt op “I Ain’t the One” van Spoon. Titel van het werk is daarmee “Smetena & Spoon”. Met de nieuwe inspiratiebron even losgegaan met een spuitbus Shockblue. Daarna weer lijnen en druppels gespoten en gedruppeld. Weer met de ramenwissers gewerkt. Laten drogen. Het etalage karton waarop ik gewerkt had verlijmd met werkkarton en foamboard om een stevige basis te krijgen voor de epoxylaag. Eén laag epoxy gegoten en 24 uur laten rusten / uitharden. Klaar! Wat heb ik ontdekt / geleerd? Je alleen focussen op de muziek lijkt een onmogelijkheid. Het brein gaat -als altijd- onvermoeibaar door met associëren. Tijdens de les kwam bij mij de paarse lucht niet door de muziek, maar omdat ik het avondrood/paars in de lucht in Liza’s olieverf landschap zo mooi vond. Een andere opvallende ervaring was dat op een zeker moment het schilderen niet meer gedreven leek door de beelden die de muziek opriep, maar veel meer door het ritme van de muziek. Kwasten op de maat van de muziek, waarbij het beeld ondergeschikt leek te worden. Ik ga -als op de automatische piloot- toch figuratieve dingen maken. De opdracht was hier expliciet om een abstract werk te maken, maar door de mede cursisten werd het zeelandschap al snel ontdekt. Dit soort abstract werk is niet mijn ding, maar ik heb deze keer wel veel plezier beleefd aan het maken, ik denk vooral door de rol van muziek. Overigens heb ik begrepen dat het toch een “echte Theo” is door de epoxy; De Moldau in een glimmend pak! Feedback Je had meer ruimte kunnen laten voor het abstracte. Je hebt duidelijk voor elementen van een landschap gekozen. Leuk dat je met allerlei technieken experimenteert. Zonde van de epoxy, het bedekt de huid van het schilderij. Bij de verschillende technieken die je toepast zou de huid een heel boeiend onderdeel van je schilderij kunnen zijn. Er hoeft niet overal epoxy overheen (??) Deze laatste opmerking vind ik nogal merkwaardig… Vier van de +/- 50 werken die ik voor de opleiding heb gemaakt hebben een epoxy coating.
- Recycling IV, de Apocalyps
Tijdens de les Bekijken en beoordelen van de Moldau werken. Leuk om te zien hoe iedereen toch blijkbaar andere beelden krijgt bij hetzelfde stukje muziek. Naast het bekijken van deze Moldau’s die door iedereen waren gemaakt valt er deze week weinig te verslaan. Het was een fröbel ochtend met als onderwerp (opnieuw…) een dier in zijn omgeving. Oud werk stukscheuren, opplakken en acrylverf eroverheen smeren. Net als de vorige keren voor mij niet zo heel inspirerend. Omdat ik naar de muur keek waarop een onderwater tweeluik van koralen en luchtbellen hing leek een kwal een prima idee. Dus heb ik een kwal gefröbeld… als er weer mislukt werk verscheurd moet worden- dan heb ik er nu één op voorraad. Geen plezier gehad aan het maken, maar het was wel een gezellige les, veel gelachen, en het onderling uitwisselen van snippers van verscheurde werken was hartverwarmend. Huiswerk Het enige wat ik deze week nog aan het werk heb gedaan is het veranderen van de titel. Ik begreep namelijk dat het werk niet zo erg lijkt op een kwal met luchtbellen onder water. De twee commentaren die er echt uitsprongen waren: “wat een beangstigende nucleaire wolk” en “ik zie een mega-explosie met grote brokstukken”. De nieuwe titel is dus ‘de Apocalyps.’
- Frottage en texturen
Opdracht les 41 Een blad vullen door middel van frottage (rubbing) met pastel krijt of houtskool. Daarna uitwerken naar iets figuratiefs. Tijdens de les Tijdens de les veel structuren geprobeerd, met houtskool en pastel krijt. Ik heb nog geen gevoel of idee wat ik met deze opdracht wil gaan doen, dus ben ik maar wat oppervlaktes gaan proberen. Een bobbelige muur, bakstenen met voegen, het aanrechtblad, de traanplaten op de trap en kippengaas in de 3d klas. In het magazijn bij het lokaal had Margit een stukje honingraat golfkarton gevonden, en dat leverde na rubbing met pastel krijt een mooi effect op. Idee Van de vellen die ik tot zover heb ‘volgerubd’ krijg ik nog niet echt inspiratie en zie mezelf dan ook nog niet één twee drie hier een werk van maken. Ik heb dus nieuwe oppervlaktes nodig om interessantere rubbings te maken, daarom heb ik twee pasta’s gekocht, één met grove puimsteen, en de andere droogt op met een craquelé motief. Toen ik met die pasta’s bezig was vond ik het eigenlijk zonde om een rubbing van deze texturen te maken, de originele texturen zijn veel fraaier. Tijdens de les had ik begrepen dat er ook gebruik gemaakt kon worden van collagetechnieken en omdat deze opdracht toch vooral over texturen lijkt te gaan is mijn idee nu om veel verschillende texturen te gaan gebruiken, en de eerder gemaakte honingraat rubbings er als collagemateriaal in te verwerken. Om de technieken met pasta’s en textuur een beetje onder de knie te krijgen heb ik gekeken naar wat filmpjes van Lydia Broderick. Zij werkt heel veel met verschillende materialen en realiseert daarmee allerlei texturen in haar werk. Leerzaam en ze maakt mooie dingen. Afgelopen zomer had ik ook al wat geëxperimenteerd met het openwerken van golfkarton , ook die techniek wordt onderdeel van mijn canvas vol textuur. Hoe ik het ga doen is dus duidelijk, nu nog bedenken wat ik ga maken. Mijn idee is een grillige uitsnede van een portret van Margot Robbie in haar rol als Harley Quinn. Bastiaan had me aan het einde van het eerste jaar het advies gegeven om vaker iets met gestift pointillisme te doen, zoals ik gedaan had voor de eindejaars-opdracht “stadsgevoel” . Voor het portretdeel van dit werk vind ik met stiften stippelen een prima plan. Aanpak Eerst een stuk werkkarton gesneden op 50x70 centimeter. Een stuk golfkarton gaan scheuren en op verschillende plaatsen de toplaag ervan afgepeuterd zodat de ribbels in het karton zichtbaar worden. Vast geplakt met houtlijm op het werkkarton Ook de bovenkant met houtlijm ingesmeerd om het karton wat steviger en minder absorberend te maken. Laten drogen Op de randen van het golfkarton met een paletmes een medium met grove puimsteen aangebracht (Talens 128). Met modelleerpasta op verschillende plekken meer eenheid in de achtergrond gesmeerd. Ook gebruik gemaakt van craquelé pasta, wat een hele interessante combinatie blijkt te zijn met het honingraat-motief van de rubbing. Laten drogen Een laag witte gesso aangebracht om het tot een geheel te maken en voor de verflagen een uniforme ondergrond te hebben. Rubbings met honingraat ingeplakt met matte gel. Een eerste laag acryl inkt met de kwast aangebracht. Het is een mengsel van karmijn, basis geel, supra wit, Brasil brown en daarna met redelijk veel water verdund. Na deze basislaag met stukjes natuurspons er kleurnuances in gaan deppen, daarbij alleen gebruikt gemaakt van de kleuren die ook al in het mengsel zaten. Zo nu en dan met een gewoon sponsje uitgeveegd om de scherpte er wat af te halen. Natuurwit gemaakt door titanium wit en donker cadmiumgeel te mengen. Aanbrengen op de delen waar ik de toplaag van het golfkarton heb laten zitten. Dit eerst gedaan met een lino roller en daarna afgestreken met een ramenwisser. Het effect was leuk, maar niet zo geschikt als ondergrond voor het portret. Het effect een beetje genuanceerd met een foamrollertje. Laten drogen Met acrylverf een vereenvoudigde versie van het portret geschilderd als basis voor het stippelwerk. Omdat de kleuren nog niet helemaal overeenstemmen met de stiften die ik ga gebruiken heb ik over de acrylverf één laagje in acryl gestift. Een laag matte clearcoat aangebracht voor een optimale hechting van de stiften. Laten drogen. De details in het portret gaan stippelen om het effect van een foto met grove korrel na te bootsen. Ik ben begonnen met vier kleuren, zwart, gebrande Siena, gebrande omber en natuurwit. Later nog oker toegevoegd, om het wit een beetje minder wit te maken. Na een volle dag stippelen is Harley klaar, en ik ben blij met het resultaat. Laag matte clearcoat aangebracht. De eerder aangebrachte stukjes papier met de frottage motieven zijn in de kleuren en texturen bijna helemaal ondergesneeuwd. Alleen de donkerste delen zijn nog een klein beetje zichtbaar. Om de opdracht toch terug te laten komen in dit werk heb ik middels geltransfers een aantal van de honingraat rubbings die ik had gemaakt op het werk aangebracht. Omdat de papiertransfers op een niet egale ondergrond aangebracht moesten worden daarvoor een rubber behangrollertje gebruikt. Voor het -na 24 uur- verwijderen van het transfer papier een plantenspuit, een sponsje en voor de oneffen delen een nagelborstel gebruikt. Met natuurspons en acrylinkt de transfers meer onderdeel gemaakt van de achtergrond. Daarna met acrylstift nog wat details ingestippeld. Klaar! Wat heb ik geleerd/ontdekt? Ook op verpakkingen/golfkarton kan je prima schilderen. Ik merk dat les 35 -twee stijlen- voor mij een grote eyeopener is geweest. Ik heb nooit plezier gehad in het maken van volledig abstracte werken. Dat wil niet zeggen dat ik niet kan genieten van abstracte kunst, maar het maken ervan heeft mij nooit inspiratie gebracht. Ik zal dan ook nooit zulke uitgebalanceerde abstracte werken als Daniëlle kunnen maken. Maar de combinatie van abstracte en realistische elementen motiveert mij wel. Het -vanzelfsprekend volgens plan- bij elkaar brengen ervan levert mij heel veel plezier op. Bij een volgend portretwerk met pasta’s ga ik proberen of ik de texturen en reliëfs ook onderdeel van het portret kan laten zijn -en dus niet alleen van de achtergrond. Ik denk dat dit soort werk zich eigenlijk heel goed leent voor een grotere afmeting. Ik zou het effect wel willen zien als het 100x140 was geweest. Feedback Heel mooi hoe je de verschillende texturen in elkaar over laat gaan. Je had wat minder zuinig kunnen zijn op de realistische elementen. De openingen in het golfkarton en beschadigingen hadden ook best door het oog of de mond mogen gaan. Oppassen voor effectbejag. De zeggingskracht kan minder worden door te veel “trucjes”. Gelukkig kent Liza de film Harley Quinn wel, en merkt op dat de chaos bij dit onderwerp heel passend is! Fijn compliment, Margit wil dit werk wel kopen! In plaats van verkopen heb ik dit werk aan Margit uitgeleend. Harley Q hangt nu op een schitterende plek. Prachtige entourage, in heel mooi licht en de combinatie met de kleur van de muur maakt het helemaal compleet! Een mooiere plek kan ik er niet voor bedenken. Ontzettend trots en zooo leuk!
- Lineair perspectief
Huiswerkopdracht les 19 De huiswerkopdracht is om een uitzicht vanuit je eigen huis in pastel te tekenen, waarbij je natuurlijk gebruik moet maken van lijnenperspectief. Idee In eerste instantie zag ik in deze opdracht niet heel veel mogelijkheden. Het uitzicht uit ons huis, de blik naar buiten is eigenlijk nogal saai. Achter hebben we een heel klein stadstuintje waar net een lounge set, een BBQ en de kliko’s in passen. Aan de voorkant van ons huis staan aan de straat bijna altijd (te)veel auto’s en een verdere weidse blik wordt geblokkeerd door een hoge haag van de overbuurman. Vanwege dit weinig inspirerende uitzicht had ik tijdens de les al gevraagd of ik deze opdracht niet uit een ander huis kon doen. Bastiaan was echter onverbiddelijk: “Ga eerst maar eens goed kijken, en dan vind je vast een interessant perspectief!” Hij had helemaal gelijk, toen ik na de les thuiskwam en door de voordeur naar binnen ging dacht ik dat het wel leuk zou zijn om vanuit de gang door de voordeur naar buiten te kijken. De voordeur met de toog, het glas in lood in de tussendeur en het raam, daar moet iets leuks van te maken zijn. Allerlei standpunten uitgeprobeerd. Foto’s gemaakt liggend op mijn buik in de gang, zittend bovenaan de trap en alles wat daartussen zit. Toen ik al die foto’s bij elkaar zag moest ik aan “Boven en onder” van Escher denken. Als ik nou ook eens twee standpunten combineer? Vogelvlucht- en kikvorsperspectief in dezelfde plaat…? Na veel puzzelen en schetsen vond ik twee foto’s die samen een leuke compositie vormen. Met dit idee en invulling is het voor mij een fantastische opdracht geworden. Ik maak er een complex en gedetailleerd lijnenspel van. Weer eens een keer helemaal terugvallen in oude comfortabele gewoontes, details, precisie, clean, een 0.5mm vulpotlood, linialen, tekenpennen…. Toch weer niet helemaal de opdracht… Vanwege het gebrek aan een interessant uitzicht heb ik in de deuropening (symbolisch) niets getekend. De opdracht was natuurlijk om het uitzicht naar buiten te tekenen. Vind het eigenlijk heel leuk dat je aandacht toch naar de open deur wordt getrokken wordt en daar nu niets te zien is. Verder was het natuurkijk een oefening in perspectief. Ik denk dat ik daar toch wel ruimschoots aan heb gedaan. Verschillende perspectieven in één werk werd in de jaren ’60 al gebruikt door David Hockney. Kijken is dynamisch, dus monteerde hij vele gezichtspunten op hetzelfde onderwerp in hetzelfde kunstwerk. Daarmee liet hij beweging zien, en was het beeld geen momentopname meer. Aanpak Om dit werk te maken leek een pentekening mij de best passende aanpak. Maar omdat de opdracht pastel is -en er dus ook kleur in het werk moet zitten- is de eerste stap voor mij het tekenen van een kleurplaat. Die kan ik dan later met pastel inkleuren. Wat ik voor me zie is een tekening in klare lijn. Een beetje Brusselse School: vandaar de titel “Escher meets Kuifje”. Op basis van de foto’s wist ik al dat de verdwijnpunten ver buiten de tekening zouden liggen. Ik heb drie A2 vellen aan elkaar getape’d, maar toen ik ging schetsen en lijnen trekken bleek nog niet genoeg. Linksboven nog een A3 bevestigd. Uiteindelijk heb ik 10 verdwijnpunten gebruikt, waarbij de grootste afstand tussen twee daarvan bijna anderhalve meter was. De tekening eerst in HB (vul)potlood gemaakt. Heel veel (hulp)lijnen getrokken en heel veel gegumd. Cirkels en krommingen in perspectief zijn best lastig! Nadat de potloodtekening klaar was ben ik deze gaan inkten. Daarvoor Rotring Isograph pennen gebruikt in 0.25, 0.35 en 0.50mm. Voor de dikste lijnen een Winsor en Newton 1.0mm fineliner gebruikt. Met het zwart wit kleurplaat-resultaat was ik heel tevreden. Om verschillende vormen van inkleuren uit te proberen -het is tenslotte een kleurplaat- heb ik de kleurplaat drie keer laten kopiëren. De eerste poging om in te kleuren leverde het inzicht op dat de complexiteit van de tekening vraagt om een simpeler en beperkter kleurpalet. Veel kleur en contrast leiden de aandacht af van waar het werk over gaat: het dubbele perspectief. Daarna het grootste deel van de tekening met twee kleuren pan pastel en één soft pastelkrijtje ingekleurd. Alleen het glas in lood wel in harde kleuren uitgelicht. Daarmee wordt de verdubbeling van het beeld juist wel benadrukt. Hiervoor heb ik Caran d’Ache kleurpotloden gebruikt. Het gewone glas en de deuropening heb ik niet ingekleurd. Wat heb ik geleerd en ontdekt? Ik ben, na het experiment met veel verschillende kleuren, een beetje te ver door gezwaaid naar de andere kant, er zit nu te weinig contrast in. In plaats van een kleur-op-kleur contrast had een hoger licht donker contrast er nog veel meer diepte in gebracht. Vind het nog best lastig om pen pastel goed te doseren en aan te brengen. Ik denk dat ik nu misschien wel iets te veel heb gebruikt, en te lang heb gepoetst. Feedback Het introduceren van verschillende perspectieven in dezelfde afbeelding is erg leuk gedaan. Om het effect van de aandacht naar het niets leiden verder te versterken had meer licht donker contrast geholpen, maar ook meer tekenen. Verder is -volgens Bastiaan- een meetkundige benadering en het gebruik van een liniaal een recept voor gegarandeerd dodelijk saaie werken. Reflectie Na heel veel uren puzzelen, passen, meten, tekenen, inkten en oefenen met pan-pastel had ik het gevoel iets bijzonders te hebben gemaakt. De perspectivische grappen vond ik zelf echt een vondst. De oneindige trap… goed beschouwd heb ik eigenlijk niet alleen een eigen versie van “boven en onder” maar ook van “klimmen en dalen” gemaakt. Dodelijk saai was geloof ik de term die werd gebruikt voor mathematisch correcte werken, en zeker als ze met een liniaal tot stand zijn gekomen. Daarbij het advies dat ik had moeten doortekenen. Na enige tijd toch blij met de feedback. Ik snap nu -denk ik- wat Bastiaan bedoelde. Mijn associatie met Escher en Kuifje is zeker niet hetzelfde als die van elke andere beschouwer. Eigenlijk kun je beide kunstenaars niet in mijn huiswerk herkennen, omdat het de uitstraling mist die onlosmakelijk aan hun individuele werk is verbonden. Geen Escher Het is geen Escher, omdat de bouwtekening-achtige tekening op geen enkele manier de sfeer ademt zoals zijn onmogelijke bouwwerken dat doen. Dat zijn altijd stemmige grijstinten en duidelijk grafisch producten. Geen Hergé Het is ook geen Hergé, geen Brusselse school, geen klare lijn, want daar zijn de lijnen op veel plaatsen te dun voor. In klare lijn wordt sowieso niet veel met lijndikte gedaan. De beperkte inkleuring van mijn werk met veel kleurovergangen is kans allesbehalve klare lijn. Daarnaast kent de Kuifje reeks een heel specifiek kleurpalet, vrijwel alle kleuren zijn onverzadigd. De muren zijn heel bijvoorbeeld vaak zachtgeel, houtwerk suf-bruin etc... De slotsom is dan ook dat ik niet in staat ben om beide stijlen in één werk te verenigen. Dus moeten het twee werken worden. Doortekenen Het advies doortekenen kan ik dus op twee manieren uitleggen. De eerste is doortekenen met pen. Arceren om het grafische effect van een “echte Escher” na te bootsen. Als ik een 0,1mm fineliner gebruik, dan kunnen de lijnen best voor een ets-lijn doorgaan. De tweede optie is eigenlijk niet doortekenen maar doorkleuren. Als ik er een “Kuifje in de Brouwerstraat” van wil maken dan moeten -om te beginnen- alle lijnen dikker, daarna alles ingekleurd volgens het juiste palet. Om elk misverstand uit te sluiten is het dan ook een goed idee om de hoofdpersoon in de tekening op te nemen. Het tekenen van een 2D personage vanuit een hoog en laag perspectief was best lastig, maar is best aardig gelukt. Het inkleuren en de montage heb ik met Photoshop gedaan. Het is een interessant vierluik geworden!
- Oost-Indische inkt
Theorie Een lijn Oost-Indische inkt is permanent, en permanent zwart. Kan dus niet zoals ecoline worden verdund tot grijs. Voorwerpen hoeven niet altijd opgesloten te worden. Ook, of zeker, niet als je een pentekening maakt. Soms is halve contour beter. Het invullen van de rest doen je hersenen. Zo werkt het menselijk brein. Als je een collectie aan losse vormen hebt kun je daar eenheid in brengen door er een arcering overheen te zetten. Oefeningen Oefenen met kroontjespen en Oost-Indische inkt. Maak een aantal patronen Oost-Indische inkt is altijd zwart, geen grijstinten, kleur en textuur kun je dus alleen realiseren met lijnvoering, lijndikte, arcering, patronen en schaal van patronen. Expressieve lijnvoering! Probeer een aantal verschillende patronen te realiseren die bijvoorbeeld diepte suggereren. Teken daarna met de hiervoor genoemde ingrediënten het stilleven dat voor je op tafel staat. Huiswerk Maak een stilleven van groente en fruit in pen en inkt op papier (a4 of iets groter). Let op stofuitdrukking en verschillen in structuur tussen ruwe en gladde oppervlaktes en probeer die verschillen om te zetten in lijnkarakters en arceringen. Plaats het stilleven in een ruimte door iets van schaduw te laten zien, of door bijv. de rand van een tafel aan te duiden o.i.d. Aanpak Compositie en foto gemaakt, vervolgens een eerste aanzet die alleen uit een outline bestaat. Kreeg hier geen goed gevoel bij, veel te statisch, Kuifje’esq en ook nergens iets gedaan met het advies, “less is more”, gewoontegetrouw weer alle contouren gezet en daarmee op het verkeerde spoor. Zelfs gesjoemeld met een lichte potlood outline als begin. Het idee van patronen en textuur is eigenlijk bij deze versie op voorhand al geheel om zeep geholpen. Had eigenlijk geen idee hoe ik het beeld in lijnen en arceringen moest gaan vatten. Structuur en textuur Om meer en beter gevoel te krijgen eerst maar veilig gebruik gemaakt van de vertrouwde doos met stiften. Hoopte dat de eerste versie inkleuren me in ieder geval een beter inzicht in structuur, textuur, schaduw en licht zou geven. Dus van een kopie van de eerste Kuifje-versie een ingekleurde versie gemaakt. Bananen mat, glad en egaal van kleur Sinaasappel, poriën half glans Appel, mat, glad, kleur verloop Druiven, glans glad egaal Kiwi mat harig egale kleur. Bij de volgende poging met oost Indische inkt met nu de “ingekleurde plaat” als leidraad in plaats van het “live” bord met fruit. Nu consequent van links naar rechts gewerkt, daardoor geen beperkingen door initiële contouren en werd ook de kans op vlekken een stuk kleiner. Tot slot dacht ik, nog één ding, de structuur/nerf van het tafelblad. Met de les van vorige week in het achterhoofd -als je denkt ik moet nog één ding doen, dan is je werk meestal al klaar en is het tijd om te stoppen- besloten om dat niet te doen, en het hierbij te laten. Ontdekkingen/ wat heb ik geleerd? Tekenen in zwarte inkt vraagt een andere instelling. Precisie ten opzichte van het voorbeeld nastreven is -op dit moment in tijd voor mij- eigenlijk onbegonnen werk. Het lukt mij maar zelden om een inktlijn direct op precies de juiste plek te zetten voor een één op één reproductie van zo’n bordje fruit. Ik vraag me ondertussen wel af waarom ik het eigenlijk precies zou willen namaken? Tekenen met inkt en daarmee de grote kans op vlekken maakt het tekenen in één richting (links naar rechts, soms slim draaien van het papier) -zonder contour- en focus op een specifieke plek de verstandigste aanpak. Omdat ik meestal met potlood teken is het voor mij normaal om -kris kras- op verschillende plekken bezig te zijn, iets even wat beter maken hier, dan weer daar, met natte inkt is dat niet zo’n goed idee. De suggestie van kleur en textuur in inkt op papier krijgen lijkt voor mij het beste te doen door er niet te veel over na te denken maar mijn hand en het pennetje min of meer hun gang laat gaan. Het nadeel daarvan is echter dat de afwijking tussen de werkelijkheid en tekening hiermee nog groter lijkt te worden. Dus níet alleen de lijnvoering wijkt af, maar ook de textuur en patronen. Het resultaat oogt wel prettiger (minder Kuifje) maar zeker niet meer natuurgetrouw of gelijkend op het voorbeeld. Soms gaat deze aanpak ook helemaal verkeerd, schaduw op de linker banaan is zo’n misser, op dat moment vond ik het wel erg jammer dat inkt zo onherroepelijk is. Overwogen om opnieuw te beginnen, maar toch niet gedaan. Van 3D naar 2D direct in inkt is mij dus eigenlijk niet gelukt. Tussenstap met stiften in kleur heeft me veel geholpen in het zien en beter begrijpen van kleur, textuur, schaduw en licht. Evaluatie van resultaat Eigenlijk te veel “gevuld” er had best meer wit in gemogen. Zeker de bananen; die zijn veel te donker voor hun heldergele kleur. Ook de lichtval erop is in mijn arceer-enthousiasme helemaal verdwenen. Toch nog te veel contourlijnen, terwijl vooral de sinaasappel laat zien hoe het beter zonder kan. Te weinig verschil tussen licht en donker Suggestie van een omgeving had best een een stuk uitgebreider gekund. In werkelijkheid was de slagschaduw ook een stuk langer. Feedback In de gladde oppervlaktes, met name in de druiven, had meer contrast gekund door het toepassen van vormdoorbrekende arceringen. Gekke ideeën Als experiment een kopie van deze versie ook ingekleurd, maar nu in enkelvoudige kleuren zonder licht en donker nuances, en zonder schaduw. Druiven in één kleur groen mandarijn in één kleur oranje etc... De diepe, structuur en textuur zou nu vanuit de lijnen en patronen moeten komen?
- Olieverf nat-in-nat
Opdracht les 43 Deze week heet de opdracht Maskerade. Als inspiratie kun je kijken naar James Ensor. Hij probeert zijn mensbeeld te vangen in maskers en vooral spot de drijven met rijken en invloedrijken. Zijn werk is snel geschilderd in olieverf, nat-in-nat dus. Voor details maakte hij ook gebruik van oliepastel. Zijn werken zijn bijna altijd een combinatie van heldere kleuren en vervuilde kleuren, vies naast helder benadrukt de helderheid door het contrast. Je werkt nat-in-nat, pasteus en je mag ook je paletmes(sen) gebruiken. Als je op deze manier werkt moet je zuinig zijn op de heldere kleuren, want door de nat-in-nat techniek vervuilen deze snel. Je werkt naar keuze op een doek, een paneeltje of olieverfpapier met een afmeting van 30x40 of groter, maar niet te groot. Voor meer voorbeelden van dit soort werken kunnen kijken naar Emil Nolde, een Duitse expressionist. Het onderwerp maskerade komt tot uiting omdat het onderwerp wat je schildert lelijke vervormde koppen/maskers zijn. Omdat dit nat-in-nat is, en dus geen droogpauzes kent, moet/kan dit werk volgende week af zijn. Idee Als vervormingen en overdrijven de sleutelwoorden van deze week zijn, dan denk ik karikatuur… Omdat Ensor graag de spot met mensen dreef, en ik daar niet zo van houd is het misschien weer tijd voor een zelfportret. Beetje zelfspot… Aanpak Een multiplex paneel in de gesso gezet. Daarop een schetsje gemaakt van een cartoonachtige ik. Natuurlijk een nog groter kaal hoofd, ogen wat groter, hele smalle kin. Standaard cartoon gelaatstrekken. Vol goede moed begonnen met schilderen. Natuurlijk nog bijna geen ervaring met olieverf, tot zover had ik alleen met heel magere verf geëxperimenteerd. Nu dus de vuurdoop met onverdund. Het smeert wel prettig, maar daarmee is voorlopig de positieve feedback wel op. Ik vind nat-in-nat olieverven vreselijk lastig, en lastig en vreselijk. Toen bleek de afbeelding ook nog eens veel minder cartoonesk te worden dan de schets, en mijn poging om dat nat-in-nat te corrigeren ging enorm nat. Dat lukte niet zo erg en tenslotte heb ik de titel maskerade maar letterlijk genomen. Met grove streken er een soort Venetiaans verenmasker overheen gekwasterd en de bril veranderd in een monocle. Het werken op deze manier geeft me geen voldoening en ik voel nu geen enkele behoefte om me er verder in te verdiepen, en dan wordt het natuurlijk ook niks. Ik ervaar het als een oncontroleerbare smeerboel. Het lijkt echt helemaal nergens op, maar leerzaam was het zeker. Wat heb ik ontdekt/geleerd? Dat nat-in-nat olieverven mijn ding niet is… Als je een kleur helder wilt houden als je nat-in-nat olieverf aan het verwerken bent, dan moet je die kleur zetten en niet meer aankomen. Dat is bij het rood van mijn trui goed gelukt. Ik ben nog nooit zo snel met een huiswerk opdracht klaar geweest… Feedback Ga het toeval niet uit de weg. Meer ervaring zorgt voor minder verrassingen, met andere woorden oefening baart kunst... Het werk mist contrast, het is te bruin. Dat is het gevolg van “in de smeer blijven hangen." Je hebt geprobeerd om te realistisch te zijn. Er zijn mooie zachte overgangen, was nog mooier geweest als je een daskwast had gebruikt. Het zou mij niet verbazen als je olieverf in de toekomst heel fijn materiaal gaat vinden, als je het een kans geeft.
- Kubisme
Uitleg kubisme Kubisten wilden graag het verschil met fotografie duidelijk in het werk terug laten komen. De vlakverdeling van een kubistisch werk suggereert over meestal een diepte van 3 à 4 centimeter, omdat dat ook de ruimte van een spieraam is. Een foto is een foto, en een schilderij een schilderij! Om dit te realiseren moeten de afbeelden vereenvoudigd worden naar vlakken, waarbij de expressie dus wordt gevormd door licht, donker, kleur en vorm. Een goed voorbeeld van vereenvoudiging zijn tribale maskers. Ook lijnen kunnen veel bijdragen aan expressie: droevig gaat omlaag, vrolijk gaat omhoog. Typisch kenmerken zijn ook sterke contrasten en eenvoudige vormen, zoals cirkels, rechthoeken en ellipsen. Opdracht in de les Neem je houtskool zelfportret als voorbeeld en gebruik het als basis voor een kubistisch portret van jezelf. Gebruik hiervoor drie kleuren Conté krijt, zwart, bruin en wit. Zet krachtige lijnen, waardoor de vlakken als vanzelf gaan ontstaan. Kleur de ontstane geometrische vormen afhankelijk van licht en textuur. Huiswerk opdracht Maak een smeltend zelfportret met een bevroren achtergrond in Conté krijt. Maak gebruik van zwart, twee kleuren bruin en wit. Bij Bastiaan nagevraagd of ook lichtblauw gebruikt mag worden. “Als je de kleuren al hebt is dat goed. Maar het is een vormstudie vooral.” Aanpak Vind het een moeilijke, een beetje rare en daarom ook niet zo’n leuke opdracht. Bij een smeltend hoofd gingen mijn gedachten eerst uit naar wat er dan tevoorschijn komt, en dat is natuurlijk de schedel. Daar wat mee gaan schetsen, maar het resultaat sprak me niet zo heel erg aan. Wat wel duidelijk werd is dat de textuur van de huid andere vormen en lijnen vraagt dan de textuur van de schedel. Voor de bevroren (ijs?) achtergrond geldt dat dan natuurlijk nog sterker. Met stiften eens “een Anneke” geprobeerd… drie tekeningen, zonder er diep over na te denken, gewoon de hand en de stift het werk laten doen. Eén tekening van de bovenste helft van een hoofd met druipende smeltende uitlopers, één van een schedel en één van scherpe ijs fragmenten voor de achtergrond. Met wat knip- en plakwerk de drie samengevoegd. Het was wel een leuk experiment, maar het resultaat werd wel een erg Halloween- en horrorachtige toestand. Ben daar niet zo dol op. De volgende gedachtegang was wat ik zou doen als mijn gezicht aan het smelten was… ik neem aan dat ik het zou uitschreeuwen. Dus zou misschien een Edvard Munch-achtige afbeelding beter gaan werken. De schreeuw maakt altijd al op één of andere manier op mij een vloeibare indruk. Door deze oefening begrijp ik beter waarom, met uitzondering van de brug zijn bijna alle elementen opgebouwd uit gebogen/ronde/vormen. Dat maakt het vloeibaar, en voor de opdracht dus wellicht smeltend. Vooral organische vormen gebruiken voor het gezicht, of misschien het tegenovergestelde, geen rechte lijnen gebruiken in het gezicht! Het leverde sowieso wel een paar aparte selfies op. Bij de eerste poging het druipen van mijn gezicht enorm overdreven, het werd een soort van hele lelijke Medusa met 6 dode hangende slangen, maar het idee inspireerde wel, en dus leuk genoeg om in de herkansing te gaan. Dus nog een keer uit zachte glooiende lijnen de vormen van het gezicht samengesteld. Alleen gebogen lijnen gebruikt, en door de Munch aanpak ging dat eigenlijk als vanzelf. Uit de vorige lessen geleerd: soms kun je in een portret wat overdrijven om een situaties of kenmerken te verduidelijken. Ik heb de ogen vergroot om paniek en angst te versterken. Het gezicht versmald om de overeenkomst met de schreeuw te vergroten. Het waren eerst veel meer vlakken maar met het kleuren ervan gingen er een aantal verloren (ik had de meeste lijnen in bruin aangezet). Eigenlijk vind ik dat niet erg, het heeft denk ik geleid tot een nog verdergaande vereenvoudiging van de figuur. Ik vind dan ook dat vereenvoudiging van vormen goed is gelukt. Er zijn simpele vormen overgebleven. Ik ben bijna een klare lijn Kuifje-achtig stripfiguur geworden. Ook de maat van het papier hielp hierbij. Eigenlijk vond ik het een beetje klein voor krijt, maar dwingt dus wel het vereenvoudigen en versimpelen van de figuur af. Jammer dat er nog een achtergrond bij moest, ik vond het wel zo eigenlijk wel klaar. De koude bevroren omlijsting zijn allemaal snelle rechte lijnen. Toen ik nog eens stond te kijken schoot me de tribal mask door het hoofd. Na lang aarzelen de lijnen in het gezicht harder aangezet en meer vlakken terug laten komen. Of ik het mooier vind weet ik niet, maar ik denk wel dat het beter beantwoord aan de opdracht. De kleur van de druipende druppels feller gemaakt, veel stoffen worden (of lijken) feller van kleur als ze vloeibaar zijn. Slotsom: Te lang doorgegaan met kleuren omdat ik niet tevreden was, terugkijkend ben ik het optimale resultaat ver voorbijgegaan. Jammer! Wat ik heb geleerd/ontdekt? Hoe je textuur en misschien zelfs temperatuur kunt weergeven in vormen en lijnvoering. Kleur helpt daar ook wel bij… Bij het gebruik van krijt is het zaak om -nog meer dan bij houtskool- op je krijtje te letten, omdat het erg snel slijt. Je kunt er prima mooie scherpe lijnen mee zetten, als je je krijtje maar tijdig draait. Gefaseerde aanpak met maskers voorkomt veel vegen en vlekken. Frisk film gebruikt Masker plaatsen na het fixeren, anders trek je alleen het krijt van het papier. Stoppen blijft moeilijk! Dat het geen goed idee is om tijdens het werken aan deze huiswerk opdracht naar Theo Groothuizen te gaan voor de soft pastels… want dan kom je met niet alleen met soft pastels maar ook met een een prachtig doosje Conté krijtjes thuis. En dan is het natuurlijk onmogelijk geworden om je te beperken tot alleen twee tinten bruin, wit en zwart! Voor het gezicht heb ik me overigens wel netjes aan de voorschreven krijtjes gehouden. Tot slot; Ben voor nu wel even klaar met zelfportretteren.
- Eerstejaarstoets deel 1
Opdracht 1, achtergrond Voor mij is het ultieme stadsgevoel een bezoek aan de Gravenstraat no. 18 in Amsterdam. Daar is proeflokaal “De Drie Fleschjes” gevestigd. Deze plek bestaat al sinds 1619, dus inmiddels 405 jaar een café en mag zich daarmee het oudste café van Amsterdam noemen. De inrichting is nog volledig authentiek. Ik kom daar inmiddels zo’n 36 jaar, en ruim voor mij was ook mijn vader al stamgast. Een bijzonderheid in De Drie Fleschjes is het drankorgel, bestaande uit vijftig vaten waar de familie Sommer -nu al voor de derde generatie- een eigen vaatje huurt. In de loop van 36 jaar zijn er vele gebeurtenissen, plannen, belevenissen en dus herinneringen gemaakt die ik koester. Idee Het leek me daarom leuk om als weergave van mijn stadsgevoel De Drie Fleschjes in beeld te brengen. Ik kan dat echter niet verenigen met geometrische of organische abstractie. De weergave van mijn gevoel is een authentieke, traditionele weergave van het fraaie pand. Om de historische waarde te benadrukken is voor mij is een sepia-achtig grijs-zwart-natuurwit palet de juiste keuze. Deze invulling lijkt dus in niets op de formulering van de opdracht. Dat maakte het voor mij best lastig, totdat een medecursist mij het volgende meegaf: “Ga gewoon wat maken, en hoop dat je het klaar hebt op de 16e. Hangt verder niks vanaf toch? Zit vast iets in wat goed is.” Titel: De Drie Fleschjes. Aanpak Omdat ik in de afgelopen weken met heel veel plezier heb gewerkt met vormvereenvoudiging met spuitbussen en pointillisme met stiften ga ik die werkwijze nu ook weer gebruiken. Allereerst een mooie foto van de gevel van De Drie Fleschjes gezocht. Het is een kikvorsperspectief geworden. Een uitsnede gezocht die het kikvors perspectief nog verder benadrukt. Het is een portrait-oriëntatie die twee keer zo hoog is als breed. Acrylpapier opgezet (Hahnemuhle acrylpapier, 360 gram 50x65 cm) en met tape de juiste afmetingen afgebakend. De eerste laag kleur -natuurwit- met een spuitbus opgebracht op de gehele oppervlakte. Frisk film aangebracht en de vereenvoudigde vlakken hierop getekend en gesneden. Eén voor één de vlakken ingekleurd met spuitbussen in de kleuren midden- en donker-steengrijs, hazelnoot en tot slot zwart. Daarna alle film en tape verwijderd en stippen gaan zetten Hierbij ook een licht-steengrijze stift gebruikt. Afgewerkt met een matte lak, voor UV-bescherming en om de glansgraad te egaliseren. Wat heb ik geleerd en ontdekt? “Maak gewoon wat, er zit vast wat goeds in!” Mengen van kleuren door pointillisme is heel erg leuk. Het is bijzonder om te zien hoeveel er gebeurt als je een kleurtje of een tint hebt bijgestippeld. Kleuren maken door stippen dichtbij -en door elkaar- te plaatsen heet partitieve kleurmenging. Stofuitdrukking in pointillisme is ook heel leuk om te doen. In dit werk heb ik blauwe hemel, wolken, steen, hout, gordijnstof, straatklinkers, leisteen en glas gestippeld. Vooral de laatste -het glas- was bijzonder, en het meest complex. Het gaat om het weergeven van schittering van de middagzon, weerspiegeling van de winkel aan de overkant, het glas met spijlen zelf, het metalen rooster voor het raam en ook nog wat er achter het glas te vinden is. In dit geval flessen, kruiken en de pan met gehaktballen. Stippelen staat je ook toe heel subtiel te werken. Degenen die bekend zijn met het interieur van De Drie Fleschjes zal achter de openstaande voordeur nog net een wacht-vat herkennen en het trappetje om uit de bovenste rij vaatjes te kunnen tappen. Bij het snijden van frisk kan je snel te diep gaan en het papier beschadigen in plaats van alleen de film door te snijden. Best lastig om de juiste diepte te vinden, zeker op dit papier, omdat het nogal zacht is. Feedback Heel mooi werk. Je verwerkt fotografische regels in een tekening. Het lijkt een opname met een groothoeklens. Daardoor ontstaat een sterke diagonaal die het werk heel dynamisch maakt. De duisternis achter de voordeur geeft het werk ook wat spannends. Dit werk straalt veel meer gevoel en beleving uit dan het vorige werk. ( Plastic Manhattan )
- Zelfportret
Opdrachten in les 5 Het huiswerk opdracht was een portret van je huisgenoot gebaseerd op het werken met lijnen. Schaduw, tinten, donker en licht zijn dus ook allemaal lijnen en arceringen. Maak nu van één van de aanzichten opnieuw een portret maar nu zonder gebruik te maken van lijnen, maar allen maar van vlakken. Bastiaan deelde een kopie uit van een foto van Jan Cremer. De opdracht was om deze na te tekenen, opnieuw door alleen gebruik te maken van vlakken. Echter het papier was nu zwart en het tekenmateriaal wit Conté krijt. Leuke en tegelijk lastige opgave, je merkt al snel dat we geconditioneerd zijn om vooral op de plaatsen waar dingen donker moeten zijn te gaan tekenen. Omschakelen naar “negatief” tekenen bleek best lastig. Huiswerk Maak een groot, expressief zelfportret (spiegeltje!) in houtskool, Siberisch krijt en kneedgum waarbij je de aandacht richt op vereenvoudiging van vorm, grote vlakken en veel contrast tussen licht en donker. Werk "schilderachtig" met je krijtjes, dus veel vlekken, vegen en gummen. Krijtje plat leggen! Bewaar je lijnvoering voor de laatste details. Dit portet van Käthe Kollwitz zou als inspiratie kunnen dienen. Als je durft, mag je ook met wit "ophogen", maar dat hoeft niet. Aanpak Normaal probeer ik kort na de les een begin te maken met de huiswerk opdracht voor de komende week. Deze keer heb ik beginnen lang voor me uitgeschoven, de vakantie kwam dus goed uit. Ik heb nog niet eerder een zelfportret gemaakt, en daar ook eigenlijk nooit de behoefte toe gevoeld. Daar kwam dan ook nog bij dat de opdracht een expressief werk is, en dat lijkt te schuren en schrijnen met het onderwerp, ik… Ben niet zo expressief, zeker niet als het om de comfort zone van mijn teken-producten gaat. Precisie, hang naar scherpe lijnen, minutieus, realisme, perfectionisme, daar ben ik normaal gesproken van. Wat Bastiaan al opmerkte bij de opdracht, portretteer een huisgenoot ontneemt realisme je wel de mogelijkheid om het karakter, de uitstraling of andere eigenschappen en kenmerken in het werk expliciet vast te leggen. Een hyperrealistisch zelfportret zou dus best kunnen betekenen dat ik misschien eigenschappen van mezelf en mijn karakter niet (of minder) laat zien. Aan de andere kant, een zelfportret dat mij moet weergeven kan voor mijn gevoel niet een ruwe schets zijn. Door het uitstellen wel de tijd gehad (en genomen) om goed na te denken over wat ik van deze opdracht wilde maken. De opdracht met wit Conté krijt tijdens de vorige les vond ik heel inspirerend. (Jan Cremer) en ook het portret van Käthe gaf mij een duidelijke uitdaging mee. Beiden hebben een donkere en lichte kant, en dus -in lijn met de opdracht- hoog contrast: dus veel houtskool en veel kneedgum. Ook ontbreekt bij beide voorbeelden precisie. Dat waren dus de leidraden voor mijn zelfportret. Ik heb gekozen voor een uitsnede, wat symboliseert dat ik niet alles van mezelf hoef te laten zien. Voor die uitsnede ben ik begonnen met het afplakken van een passe-partout. Dat levert ook gelijk een element op dat het toch weer meer eigen maakt, cleane scherpe lijnen/precisie. In het begin was ik toch wat terughoudend (een beetje bang?) om weer over eerdere -goed gelukte- lagen heen te krijten, maar toen ik me daar overheen gezet had begon het beeld echt te groeien. Heel veel met de kneedgum getekend. Best lang getwijfeld of ik het contrast nog hoger wilde maken met Siberisch krijt. Besloten dat ik dat alleen voor mijn bril ga gebruiken, omdat er nergens anders in het spiegelbeeld zo diepzwart terug te vinden is als het montuur van de bril. Wat heb ik geleerd/ontdekt Het blijkt dat ik -nu ik het beter begrijp- het eigenlijk heel erg leuk vind om met houtskool te tekenen! Heerlijk gesmeerd en uitgewreven! Telkens weer nieuwe nuances aanbrengen en uitwrijven. Superleuk om op die manier steeds meer vorm en diepte, contour en beeld te zien ontstaan. De contour ontstaat uit de vormen in plaats van de contour tekenen om de vorm te dicteren. (Eigenlijk een beetje les 1 op herhaling) Toch was het zetten van de lijnen (op het laatst) toch ook wel weer lekker… Wel weer lastig om te bepalen wanneer te stoppen. Mijn belangrijkste ontdekking in deze opdracht is dat realisme prima kan zonder precisie! Zeker als je het combineert met afstand. En zomaar een keer fijn dat ik geen weelderige haardos heb, dat lijkt me best lastig met houtskool. Feedback Laatste laag meer tekenen, arceren Verder eigenlijk niets op aan te merken. Applaus van de groep, wat leuk! Trots.











